Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 253

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 253

Derde deel

2 minuten leestijd

ZOND.

XXXI. HOOFDSTUK

255

II.

Wie een doodzonde begaan had was als Lazarus. God alleen kon hem dus opwekken. Of hij door God opgewekt is, blijkt uit de boetvaardigheid waarmee hij tot den priester komt, en deze doet nu niets van God

afgeleid.

hem

anders dan

de windselen der doodskleederen losmaken;

niet in eigen kracht,

overgedragen, zoo bleef het toch ook in zijn systeem nog

altijd

een smeeken

der geestelijkheid dat God den zondaar vergeven mocht, en werd de

mule

dit

En

Leo de Groote deze voorbede van de kerk op de geestelijkheid

heeft

al

en ook

maar steunende op de voorbede der gemeente.

'

'

for-

„Ik vergeef u de zonde" nog als kettersch in die beter dagen ver-

:

oordeeld.

Hierbij echter

macht,

die

kon men

niet blijven staan.

Een uitoefening der

neerkwam op een

alleen

feitelijk

Sleutel-

gunstige gezindheid der

geestelijkheid, gevolgd door haar voorbede, liet het eigenlijk karakter der

Sleutelmacht

ook

een

te

loor

gaan. Vandaar dat de kerk behoefte gevoelde,

uitspraak

rechtstreeJische

door den

priester

te doen.

Ook deze uitspraak

nog volstrekt niet de vraag, of iemand nu

betrof aanvankelijk

van

al

om

echter"*

dan

niet

zondeschuld ontslagen wierd; maar in veel

zijn

edeler zin, het onderzoek of in den schuldige de werking der vergevende

genade Gods over den

De

viel.

Men

stelde

den priester dan voor

als tegen-

optredend, gelijk de priester in Israël tegenover den

schuldige

melaatsche.

maar

constateeren

te

priester

in Israël

constateerde alleen of

nu genas

God hem

al

niet

iemands melaatschheid,

-,

dan niet genezen had. Zelfs Gre-

gorius de Groote hield dan ook nog vast aan de stelling, dat de uitspraak

van den

priester

van Gods

dan alleen eeuwige waardij

zijde volgt.

Op

wel voor de gemeenschap met de kerk,

met het Eeuwige Wezen.

om

maar

Feitelijk echter

dubbel karakter aangenomen. ter verleend,

bezit,

Zij

was

priester dus

gemeenschap

had de Sleutelmacht nu een

eenerzij ds een

macht aan den

pries-

Toch zou ook op deze wijze zijn

opgekomen,

uit de

te

constateeren,

of deze

Sleutelmacht nooit het Sacrament

als de uitbreiding der

kerk over de nog

onbeschaafde volkeren van Europa er niet toe geleid had,

om

allengs alle

leden der kerk aan de uitoefening van deze Sleutelmacht te onderwerpen.

De zedelyke toestand toch van de kerk stond namelijk streken aanvankelijk

zondaars

uit

te

voor den schuldige de vergeving op bijzondere wijze af

bidden;

van de Biecht

van den

niet voor de

maar ook ten andere een macht, om bede door God verhoord was.

te

zoo ze op de vrijspraak

zich zelf gold de vrijspraak

zoo laag,

dat

het

niet

werpen. En zoo ontstond de drang,

op bepaalde tijden in verhoor

te

nemen;

te

in deze wilde

aanging alleen de notoire

om

elk

lid

der kerk

onderzoeken of

hij

zich ook

y.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 253

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's