Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 91

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 91

Derde deel

2 minuten leestijd

ZOND. XXVIII. HOOFDSTUK IV.

93

VIERDE HOOFDSTUK. Komt,

eet van mijn brood, en drinkt

gemengd

dien ik

vanden

Spreuk.

Komt

Avondmaal op

alzoo het heilig

uit de

menschen

heeft,

algemeene beteekenis nog nader beperkt door wat ook

deze

dient

9: 5.

algemeene beteekenis, die

de maaltijd, krachtens de ordinantie der Schepping, onder

toch

wijn

heb.

onder Israël de offermaaltijden waren. Offermaaltijden zijn in geheel de oudheid een zeer bekend verschijnsel.

Men vindt vooral

bij

ze

bij

schier alle volkeren in

des harten waren.

Men

met

trok dan

Nam

priesters,

van een

al

wat voor een

schuts

zijn

meer volkomen vorm;

magen en vrienden op naar

het

derwaarts mee, of bestelde er door de zorg der feestmaal noodig was;

rijkelijk

deel op het altaar of gaf het

mocht vieren; en

of

waar de godheid aan wie men offeren

heiligdom, den tempel of de kapel, wilde, vereerd wierd.

min

van dankbaarheid of verheuging

die offeranden, die een uiting

zette zich

aan den

dan aan den

priester,

disch,

offerde

opdat ook

om saam

als

hier-

hij feest

onder de

en hoede der in het afgodsbeeld tegenwoordige godheid, zich

verkwikken en

te

te

verheugen. De heilige apostel, die in den brief aan de

kerk van Corinthe deze heidensche offermalen met het heilig Avondmaal

verband brengt, noemt ze daar

X:

21),

waarbij onder „duivelen" te verstaan zijn de afgoden, in wier tempel

men

in

saamkwam; en tegenover Avondmaal

heilig

die de

tafelen der duivelen"

als de „Tafel des Heeren," d.

offermalen

Soortgelijke

zijn

(1

Cor.

„tafelen der duivelen" stelde i.

nu had de Heere ook

hij

nu het

het offermaal van

macht der duivelen en hun werken verbroken

Verbonds voor deze

deze

,

hem

had.

in de

dagen des Ouden

volk Israël ingesteld. Niet uit de Heidenworeld

gewoonte onder

Israël ingeslopen

;

was maar de drang der menschelijke

natuur, die tot het aanrichten van zulke offermalen leidde, en die ze ook

onder de Heidenen deed aanrichten, wierd door den Heere ook in Israël geëerd, en door zijn verbond geheiligd.

Zoo vinden

we dan ook

in Leviticus VII: 11 vv. de schikkingen die voor

zulk een offermaal onder Israël

gemaakt waren. Het

is

een dankoffer dat

ons daar wordt geteekend. Hiertoe nu ging de Jood die offeren zou met zijn

vrienden en

magen naar

het heiligdom, en bracht daar ten eerste het

dier dat hij offeren zou, en voorts

dan

„ongezuurde vladen

met

„ongezuurde koeken met

olie

olie

gemengd;"

bestreken," en benevens deze koeken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 91

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's