E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 591
Derde deel
XXXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
093"
IL
Woord
baring voortvloeit. Uit de openbaring in de consciëntie en in het
weten we
dat er een oordeel zijn
Hem
doemen, wie tegen
staat.
van Godswege over een ander
maar ook het derde Gebod uit
openbaring van
de
om hem
keert,
zijn
te treffen.
den zeer gewonen vloek,
zal,
en dat God in dat oordeel zal ver-
men dus
zulk een verdoemenis
dan randt men
niet slechts het zesde,
Spreekt
uit,
aan, in zooverre
Naam
men een
"^
kracht Gods, ons-
bekend, als wapen tegen den naaste
Anders daarentegen staat het weer helaas, in
als
men
de veixloemenis Gods over zich zelven
Dat draagt natuurlijk een geheel ander karakter, en dat wel in
inroept.
Met zulk een verdoemen van zichzelf wordt toch de ééne
twee stadiën.
maal uitgedrukt: „God verdoeme mij als ik niet doe wat ik zeg en mijn bedreiging niet uitvoer;" en de andermaal veel erger, veel boozer, en veel duivelscher:
„Het
verdoemenis
zijn
wordt
mij niet, of
let
God
er mij
om
verdoemt. Ik geef
Het gewone zeggen, waarmee
niet."
alle
ruw
om
^
misdrijf
ingeleid.
nu
Schuilt
misbruik van Gods
in al zulk
Naam
en van de kracht zijner
openbaring booze, grove zonde, dan, zoo merkt de Catechismus terecht op,
moet
zooveel aan u staat, ook anderen van deze zonde pogen af te
ge,
houden. Geen vader mag
ze dulden in zijn huis, geen
dienstboden, geen patroon
bij
zijn
vrouw onder haar
werkvolk, geen superieur
bij zijn
">
solda-
Ook op de school moet streng tegen de overtreding van dit Gebod gewaakt worden. Doch ook waar personen ons bezoeken of in onzen kring komen, die gewoon zijn, zich door zulke en geen kapitein op
ten,
woorden
zijn schip.
mag men
te onteeren,
niet toestaan, dat ze in
onzen kring hun
booze gewoonte indragen. Elke toegeeflijkheid hierbij maakt u mede schuldig. Niet alsof
het
te
het
kwaad daardoor zou worden
rechtstreeks
schepping
uit
uitgeroeid. Daartoe vloeit
het wezen zelf der zonde, in verband
met onze
naar Gods beeld voort. En de ondervinding heeft dan ook ge-
leerd, dat de strengste
plakkaten der Overheid niets hebben vermocht,
om
">
het vloeken geheel uit de wereld te helpen. Maar wel moet gewaakt, dat het niet verder
om
zich grijpe, dat het niet geheel den levenskring over-
heersche, en dat het althans uit den eerbaren en hoogeren levenstoon ge-
bannen
In
blijve.
de
Calvinistische landen
is dit
metterdaad gelukt, en
wie nog de Nederlandsche literatuur met Fransche vergelijkt, zal terstond
merken, dat er
in Frankrijk bijna
geen boek zender
allerlei
.,mon Dieu's"
uitkomt, terwijl de goede literatuur ten onzent zich er nog aan speent.
En wat nu ten lieve
slotte het gebruik
van woorden
als Bliksem, Donder,
Hemel, groote Goedheid, en zooveel meer aangaat, zoo moet wel
toegestemd, dat deze niet een zoo rechtstreeksch boosaardig karakter draE VOTO DORDR.
III.
3^
"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's