Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 260

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 260

Derde deel

2 minuten leestijd

den

een

zoo

geen stand kon houden. Daar

men

aard

zalven

dat

zaak,

der

men

geestelijken, deed

"

XXXI. HOOFDSTUK

ZOND.

262

het

verliep

weinig doordacht

meer

alras

in

het

stelsel

biechten kon zoowel

het al minder

En zoo kon

zielstoestand.

III.

de geestelijken.

bij

bij

Bij

op den duur leeken als

bij

de geestelijken

een persoonlijk gesprek over iemands of geheel deze ongeregelde

anders,

niet

Biecht moest al meer haar eigenaardig karakter verliezen, en allengs verin gewone „Seelsorge". Dit nu zou op zich zelf minder zijn gemaar het ongeluk wilde nu, dat de Sleutelmacht of de oefening discipUne, die zich aan deze abnormale Biecht was blijven hechten,

loopen weest, , der

Want wel had

ook zelve met deze Biecht almeer verdween.

we

Luther, gelijk

zagen, ook in beginsel de kerkelijke rechtspraak over openbare erger-

nissen toegegeven en in zijn stelsel opgenomen,

maar

kwam

feitelijk

hier

weinig of niets van, en het droeve resultaat was, dat met deze zonder'

linge

halfslachtige

tucht

bij

allengs ook geheel de oefening der kerkelijke

Biecht

de Luthersche kerk teloor ging.

Ook op

punt dient dan ook volmondig erkend, dat de Calvinistische

dit

Keformatoren dieper doortasten en

Ten deele was

Luthersche.

Zwingli

bij

ook de Sleutelmacht

Zwiugli wierd toch

grondslagen

vaster

reeds

dit

het

legden dan de

maar

geval,

bij

uitwendig opgevat en door

te

vermenging van Kerk en Staat bedorven. Het eigenlijk element van de „vergeving der zonden" ''

en wel voerde

recht,

kwam

daardoor

bij

Zwingli volstrekt niet

strenge kerkelijke tucht

hij

"Wie

de

in

nooit

diepte

Zwingli

bij

maar moet

schen in elk concreet geval en onmogelijk

en

evenmin

zijn geloof

omdat

hij

oorloofd

verklaren,

te

nooit in staat

om

is,

om

en

die zuiver

niet op te houden.

bij

Calvijn.

vergeving van zonden door m.en-

alle

bij

komen

altoos te recht

eiken bepaalden persoon, daarom voor

omdat de mensch het harte

in volstrekten zin over

niet kent, en dus

iemands zonde

te

oordeelen;

in volstrekten zin te oordeelen over de oprechtheid van

zijn

het

zou

maar zonder

van het Gereformeerde leven wil doordringen, moet wezen,

nu heeft den moed gehad,

Calvijn

in,

we ons

kerkelijk te houden. Hierbij echter behoeven

tot zijn

berouw. Christus de Zoon des menschen, kon

hart kende. tot

zijn,

Wij

iemand

te

niet.

En dat

zeggen

:

Uw

niet,

dit

doen,

omdat het ons onge-

zonden zijn u vergeven,

in-

dien wij zijn zonden geheel doorzagen en de oprechtheid van zijn geloof

volkomen kenden nooit

;

maar omdat

juist

aan

die beide

onmisbare voorwaarden

kan worden voldaan. Wij kennen noch iemands zonden noch de

aardheid

van

zijn

geloof en boetvaardigheid.

Iemands

ge-

innerlijk leven is

voor ons een gesloten boek. Over de verborgen dingen des harten kunnen wij

niet

oordeelen.

En

hieruit volgt dus, dat

we

of

iemands vergeving

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's