E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 162
Derde deel
164
ZOND.
VI.
na den Pinksterdag werken kon; reden waarom Johannes
eerst
de
XXIX. HOOFDSTUK
zegt, „dat
Geest nog niet was, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was."
Heilige
Petrus betuigt, dat de Christus zelf eerst na zijn hemelvaart den Heiligen
van
Geest
Vader ontvangen
den
zijn
jongeren,
niet
komen
zoo
dat
dien
kon,
opvoer
niet
hij
zoo
hij,
En de Christus
heeft.
hij
hemel de Heilige Geest
ten
opvoer, hun zenden zou van den Vader.
De gedachte aan het mystieke lichaam des Heeren mag oogenblik
losgelaten.
Het
Gij
is er.
van
lid
Al
En
hier dus geon
ziet ge dit lichaam niet, het bestaat niettemin.
Ge
zijt
nu
in dit
belioort er toe.
blijven.
terwijl
van en
er een lid
lichaam
Hoofd en een levensgeest, die het doortrekt en
zult er
eeuwig een
leden
zijn, gelijk
allerlei
Paulus van een voet en een hand spreekt, zoo heeft
lichaam ook een
dit
bezielt.
Dat Hoofd nu
de verhoogde Middelaar, en die levensgeest in het mystieke Lichaam
gewone
Heilige Geest. In het
stoffelijke
lichaam nu heeft
hand of de top van uw vinger met uw hoofd
uw
levensgeest van
uw hoofd uw lichaam
dat
geest van
uw
is
voet of
is
de
uw
gemeenschap door den
zijn
lichaam. Zoodra door narcotische bedwelming de wer-
king van dien levensgeest in u gestuit wordt, kan
zonder
aan
zelf betuigt
er iets
uw
al
van merkt leden
men uw
voet afzetten
en alleen wanneer die levens-
;
met uw hoofd
verbindt,
het lichaam
is
gezond en veerkrachtig. Zoo dus ook in het lichaam van Christus. Ook in
dit
Lichaam
is
er geen
gemeenschap van de leden met het Hoofd dan door den levensgeest des en deze levensgeest des Lichaams
Lichaams, Paradijs
adem
God
schiep
eerst
Adams
des levens, en alzoo werd
wijze
stond
maar
eerst
Geest,
en
Heeren.
eerst
lichaam, en toen blies Hij in
Adam
tot een levende ziel.
Pinksterdag blies God in
den
de Heilige Geest. In het
hem den
En op
gelijke
Pinksterdag wel het lichaam van Christus gereed,
den
op op
is
alzoo
wierd
Van dat oogenblik
het af
is
dit
Lichaam den Heiligen
tot het levende, bezielde
Lichaam des
de Heilige Geest dan ook nooit uit dit
Lichaam des Heeren weg geweest. Te denken, dat de Heilige Geest zoo nu en dan eens op dit Lichaam werkt, is geheel in stryd met de duidelijke
onderwijzing
der
dat de Heilige Geest dat
wij
De
Heilige Schrift.
kwam om
zijn tempel zijn;
in ons
Schrift leert ons altoos weer,
te ivonen
en
bij
ons
zoodat deze Heilige Geest in ons
te blijven, is
en niet uit
ons kan weggaan. Ging ook maar één oogenblik de Heilige Geest
Lichaam des Heeren weg, zoo zou ontzield
offerande
zijn
en
en
om
en onmogelijk
is.
sterven; iets
dit
en
uit het
Lichaam op hetzelfde oogenblik
wat om den eeuwigen
prijs
van Christus'
de onberouwelijkheid van Gods verkiezinge ondenkbaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's