E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 49
Derde deel
ZOND. XXVII. HOOFDSTUK VII.
51
En alsnu vraagt zulk een kerk aan zulk een
lende.
.
vader, „of
niet
hij
bekent, dat de kinderkens der geloovigen in de kerk, hoewel evenals
hun
ouders in zonden ontvangen en geboren, en daarom allerhande ellendig-
verdoemenisse zelve onderworpen, nochtans in Christus
de
heid, ja
daarom
heiligd zijn en
als zijnde lidmaten zijner gemeente,
ge-
behooren gedoopt
wezen."
te
Er wordt hier dus volstrekt geen persoonlijk oordeel over het ten Doop kind
gepresenteerde
uitgesproken;
want hoe zou de kerk
ooit
aan zulk
een kindeke met eenige zekerheid ontdekken, of er een werking van den Heiligen Geest in
gepresenteerd,
was? Neen, dat aangeboden kindeke wordt vallende onder den regel, dat
als
bij
hier alleen
de kinderen, uit gy-
loovige ouders of grootouders geboren, de mogelijkheid van een genadewerk Gods moet worden aangenomen. Dit voorafgaande genadewerk Gods drukt nu het Formulier uit met de woorden: in Christus geheiligd zijn. 'S^ oorden,
mogen verzwakt worden maar
die niet
ze lidmaten van Christus' gemeente
dat
de
komen, dat
heeft.
dit niet
zoo was, ook
steeds onmogelijk blijven,
Maar
dit
ontneemt niets
Immers ook
het heilig
bij
harten op. En
anders kunnen verstaan, dan
van de verborgen kiem des nieuwen levens reeds bij Nu kan het daarom zeer wel van achteren uit-
inplanting
hen plaats gehad
verband met het volgende: dat
in
zijn, niet
blijkt
al zal het op aarde voor ons menschen met volstrekte zekerheid te beoordeelen. aan de waardij van deze bolijdenis der kerk. Avondmaal treedt de kerk niet als kenster der
om
dan van achteren dat
dit
kindeke geen genadewerk
in de ziel had ontvangen, dan volgt hier slechts
min het
uit,
zegel ontving, als de ongeloovige aan het
dat dit kindeke even-
Avondmaal den zegen
van het tweede Sacrament ontvangt. Veeleer wordt zulk een Doop, evenAvondmaal, dan een verzwaring van oordeel.
als zulk een
Hetzelfde blijkt uit wat
den aanvang van
in
stukken van den heiligen Doop gezegd wordt. hier
minder aan gestooten, omdat
tegenwoordig en
tijd
dit
Formulier over de drie
Want wel
heeft
dit alles niet in verleden
geschreven staat, doch
bij
men
maar
in
zich
den
eenig nadenken zal een aan-
dachtiger lezing toch doen zien, dat dit onderscheid niet opgaat. Vooreerst
toch lette
men
richt."
maar
later opgericht wordt,
opgericht
tijd
volsterkt
is,
dan
niet
toe,
maar
dat
God
in het bloed
blijkt hieruit,
aanduidt,
volgen zullen. Maar ook uit gezegd,
staat, niet dat God dit met ons een eeuwig Verbond der genade o?> dat het nieuw Verbond der genade niet pas
„dat Hij
Stemt men nu
wen
ook van het Verbond
er op, dat er
opgericht heeft,
,
dit
dat
iets
hoe deze
anders
van Christus reeds voor 18 eeuspreken in den tegenwoordigen
dit
geestelijke
„die kinderkens tot zijn
werkingen eerst
later
Er wordt namelijk niet kinderkens en erfgenamen aan-
blijkt dit.
>
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's