E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 417
Derde deel
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK IV.
geroepen
noch ook vóór hun sterven
zijn,
Voorts geven
wij onze kinderen,
genomen, getroost en
Maar ons
is
in stil geloof
we ook
dat
toe,
in zulke
den Heere over.
Hij zal het
wel maken*
We
weten er volstrekt
zijde de mogelijkheid
erkennen,
om
ook
dat
langer dan noodig
is,
zij
ook reeds
we
jonge wichtjes de wedergeboorte te werken; en dat
onderstelling,
-
niets van. Zien wij
zulke jonge wichtjes als dood in de zonde be-
schouwen; dat we van Gods de
vroeg van ons worden weg-
de wijze waarop Hij zulke jonge wichtjes ter zaligheid leidt
een volkomene verborgenheid. slechts
bekeering konden komen.
tot
die alzoo
419
alzoo in
den Heiligen Geest hebben, hun geen dag
het zegel der wedergeboorte,
d.
den heiligen Doop
i.
onthouden. Maar hier eindigt dan ook onze verplichting ten opzichte van zulke jong stervende wichtjes.
En vraagt men dan iDijna nooit
zoo niets geopenbaard
ze tot de zaligheid Heilige Schrift
is
hen
dan
leidt,
in de Heilige Schrift zoo
om
Immers de
onze nieuwsgierig-
leeren zouden, den Heere onzen
Heilige Schrift hiertoe alleen dienst
volwassen
en
over de wijze waarop God de Heere
het antwoord voor de hand.
maar opdat we
En overmits de
die tot
ligt
is
ons niet gegeven als een middel
heid te bevredigen,
bij
waarom ons
ten slotte,
niet.
over deze jong stervende uitverkorenen gesproken wordt,
waarom ons
te vreezen.
Hen onderwijzen kunnen we nog
leeftijd opgroeien,
>
God
kan doen
en geen enkele uitwerking
kan hebben op de jong stervende uitverkorenen, lijk,
dat de Heilige Schrift geheel
op de kinderen
die in de
in
kind
staat zijn iets
niet,
verstaan
zouden
als
leert,
er
dus
is het volkomen natuuringericht op de volwassenen, en niet ^
wieg sterven. De Heilige Schrift
gegeven, en de Kerk heeft die
is
bij
is
aan de Kerk
haar prediking alleen met dezulken
van het Woord
Men
te verstaan.
te doen,
catechiseert een
het nog niet spreken kan. Eerst als het spreken gaat en
We
het voor de catechisatie en de predicatie mede.
telt
niets
aan gehad hebben, of we
al allerlei
geheimzinnige
mededeeling ontvangen hadden omtrent hetgeen de Heere met zulke jong stervende personen doet. is
Daar heeft de kerk niets aan.
Wat
een openbaring Gods voor hen die tot bewustheid komen.
catechisatie en te rekenen,
bij
de predicatie heeft de kerk dus alleen
en een prediking, die
dit niet deed,
maar
zy behoeft
Ook op de
met deze
laatsten
zich verloor in allerlei
bespiegeling over het lot der jong stervende kinderen, zou onnut en tegen
de Heilige Schrift gelooft
zijn.
Staat er dus in
ter rechtvaardigheid
en met den
Kom. X, „dat men met het hart
mond
beUJdt ter zaligheid" dan
spreekt het vanzelf dat dit niet op die jong stervenden toepasselijk
hebben eer ze stierven ge|iad.
Toch
zijn ze,
nooit beleden,
en hebden
7iooit
zoo God ze had uitverkoren,
uit
''
is.
Zij
een dadelijk geloof de wieg ten hemel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's