E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 55
Derde deel
ZOND.
werking
God ev^n
die voor
bazingwekkend
XXVIL HOOFDSTUK
blijft" (ib.)
„geloof" hadden, vroeg
hij
licht
57
VIII.
als ze voor ons onbegrijpelijk en ver-
is,
men hem
En
als
op
zijn beurt,
tegenwierp, dat ze toch geen V
„waarom God
die eerst later in het volle lichtzouden wandelen, niet in het hart
„Ook
men
om
dit
19).
(§
om
Of,
meenen, dat
te
het nog duidelijker te zeggen
slaande, dat de Doop der kinderkens ook doelt op een
van hun geloof en berouw,
openbaring belet
kan doen gloren"
houdt
al
dien kinderkens,
nu reeds een vonkje
komen
die eerst Iate7'
zaad des geloofs en der
het
boete,
kan, wat
'
dat eerst
vormen kan opschieten, toch nu reeds door een verborgen werking van den Heiligen Geest in hun binnenste heimelijk is ingelegd"
later in vaste
En wel heeft, na Calvijns dood, Beza een poging gewaagd, om den Kinderdoop meer uitwendig op te vatten, en het geloof der ouders plaats-/' bekleedend voor het geloof der kinderkens te laten intreden, maar geen (§ 20).
.enkele van onze goede godgeleerden (Zie
Beza
Beza op
is
ad Acta Montisbelg.
in Resp,
(§ 2,
dit
bedenkelijk pad gevolgd
101).
p.
Met name ten onzent hebben de beste Gereformeerde godgeleerden de zaak steeds zóó bezien
als Calvijn die bezag,
en steeds den Kinderdoop
gegrond op de onderstelling, dat God de Heere ook in deze jong kinderen de genade der wedergeboorte werkte. Ze noemden
dit „het
zaad des
ge-
van het „geloofsvermogen," een „inleidend geloof,"
loofs," de inplanting
een „wortelgeloof," of ook een „hebbelijk geloof;" welKe laatste uitdruk-
king echter door de besten onder hen zeer terecht verworpen een „hebbelijk" geloof eerst
Van in
zijn
dit in
geloof;
.Ja
die
Theol. loc. 432,
volwassen bestaanbaar
is,
naardien
is.
20:
c.
„Hebben zulke kinderkens geloof?
v.
wel niet het daadwerkelijk, maar toch het ingeplante
zij,
_
want naardien
in zijn Opera
bij
"^
het pasgeboren kind gewerkt geloof zegt Professor Maccovius
Quaest.
Antwoord.
'-
omnia
ze wedergeboren zijn." Professor
III:
130 aldus
:
Gomarus
„De Doop komt toe aan een
onder de bewerking van den Heiligen Geest
besluit
iegelijk
staat. Dit is het geval bij
de kleine kinderkens der geloovigen. Diensvolgens kan de Doop hun niet
onthouden worden." Professor Voetius zijn
Disp.
Theol.
Bibl.
(zie
met het gevoelen, dat
er
Pref.
laat zich
nog omstandiger
vol. IV. p. 254):
uit in
„Zoo vereenig ik mij
in de kinderkens, die verkoren zijn en tot het
verbond behooren, plaats grypt een eerste inplanting der wedergeboorte door den
Heiligen
ingeplant,
waaruit later
levens
moet volgen;
godgeleerden) het
Geest,
teeken
is
is
.
.
waardoor hun het te
.
beginsel
en het zaad wordt
zijner tyd de bekeering en
immers
vernieuwing des
het gevoelen (van onze Gereformeerde
bekend, dat de Doop niet de wedergeboorte bewerkt,
van een wedergeboorte
die reeds heeft plaats
Baptismi non in producenda regenerationesed
in
gehad
maar
(eiïïcacia
iam producta obsignanda).
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's