E voto Dordraceno - pagina 276
ZONDAG
264
HOOFDSTUK
XI.
III.
van den Verlosser van zonde dat men u spreekt. Of ook, zoo men er u nog van spreekt, dan is het op wijsgeerige, denkbeeldige wijs, en zoo heel anders dan de Schrift u toont, dat een arm en verloren zondaar gered wordt.
En naam
dat is
het nu, dat
is
Jezus, d. w. z. dat
men den Naam des Heeren niet predikt. Zijn hij zijn volk zal zalig maken van hun zonden.
Dit nu heeft geen zin, zoo bedoeld wordt, dat allengs heel de wereld door heiligende invloeden volmaakt moet worden.
allerlei
volk, dat Jezus eigen volk zijn
naam
is,
niet tot zijn recht.
Want
onder de zondaren. Zondaren zijn
Hem
die
er,
en er zijn
werpen.
Nu
als
die
er,
Jezus
zijn
is
als
toch
is
er
geen
naam die scheiding maakt Maar onder die zondaren
een
ze allen.
Verlosser van zonden, d.
Hem
Dan
en zoo komt de geestelijke beduidenis van
i.
als
verlosser van zonden,
d.
„Jezus" aannemen, i.
als
„Jezus" ver-
het „genadeleven" het leven in den kring der eersten, en
is
onderscheiden van het leven
in
dien tweeden kring.
En
die scheiding
nu
verwerpt de wijsgeerige belijdenis dezer eeuw. Ze wil geen Jezus, die van zonden verlost, en nog veel minder een Jezus die van zonden zaligt zijn eigen volk.
DERDE HOOFDSTUK. En de
zaligheid is in geenen anderen; want er ook onder den hemel geen andere naam, die onder de menschen gegeven is, door welken wij Hand. 4 12. moeten zalig worden.
is
:
Schoon is de naam van Zaligmaker, waarmee onze Statenoverzetting den Hebreeuwschen naam Jezus weergeeft. Zaligmaker toch zegt nog iets meer dan Verlosser. Indien Immanuël een verkorene Gods, dien hij in handen van Satan ziet, uit des Duivels vingeren losrukt en diens schuld voor God verzoent, is zulk een mensch wel verlost; maar nog niet volkomen. Immers, hij kon weer in Satans handen vallen. En ook, al kon hij zich daartegen beveiligen, de klauw van Satan liet een diepe, giftige
wonde
in zijn hart achter.
maar
Hij stond niet alleen in de dienstbaar-
bittere gevolgen met zich. den nasleep der zonde kwam ellende en dood. Ook daar moest hij dus van af. En al ware het, dat hij ook uit die ellende en uit die banden
heid der zonde,
In
die
zonde bracht ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's