Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 137

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 137

Derde deel

2 minuten leestijd

XXIX. H00FD"5TÜK

ZOND.

hangt aan het geloof,

wat

Iets

hem

„dat

139

TI.

de Vader in de wereld gezonden heeft."

nog nader moet bepaald door de opmerking, dat Jezus'

zelfs

menschelyke natuur een geschapen natuur was, en dat dus de Vader den Middelaar Jiet lichaam had

zynen wil ook

het

bij

toebereid''

toen

Het „God schonk

te doen.

Avondmaal de danktoon

heilig

kwam, om

de Middelaar,

hij,

Zoon aan de aard," moet dus

zijn

waarmee we

zijn,

tot den

Vader naderen. Hij gaf niet slechts het brood en den wijn, maar ook „het

Pascha dat voor ons geslacht

Verbondsgenade

zijn

Ten derde

ligt

Iets

is."

waarin tevens

ook de instelling van het

is

instelling.

Want

ingesteld;

maar

wel

is

al

heilig

Avondmaal een

Avondmaal door

het heilig

deed

Middelaar deed,

juist wijl hij dit als

den Vader gehoord had, dat sprak

ook

bij

goddelijke

Christus, als Middelaar,

dracht van zijn Vader. Hij deed niets van zich zei ven,

hij,

de rijkdom van

opgesloten.

hij

het in op-

maar wat

hij

van

Alleen den wil des Vaders voerde

hij.

de instelling van het heilig Avondmaal,

uit.

Zoo dikwijls ge

dus toetreedt tot het heilig Avondmaal, vindt ge niet enkel het brood dat

God de Vader

schiep, en

Godslom,

Hij

dat

den

wijn, dien Hij deed

Sacrament, uit God den Vader

En

blijkt reeds hieruit,

heilig

Avondmaal den

verliezen,

is,

uit

worden, en het heilige

maar ook een Avondmaal,

u schonk en zond,

wien

alle

dingen

dat als

zijn.

hoe onvroom en ongodsdienstig het

het

bij

is,

eersten Persoon in de Drieëenheid uit het oog te

en hoe het ons veeleer betaamt ook

bij

het heilig

Avondmaal

onze harten in dank en lof tot onzen Vader in den hemel te verheffen,

nog duidelijker komt Immers, zoo Vader

ooit

om

uw te

het heilig Avondmaal,

bij

te bidden. Eerst in dien heiligen

voelt ge ten volle ligd,

zoo ge in u zei ven inkeert.

dit uit

dan komt ge

wat het

koninkrijk kome,

zegt,

uw

om

het Onze

kring en aan dien heiligen disch,

te bidden:

wil geschiede!"

„Uw naam worde

gehei-

en evenzoo wat het

zegt,

bidden voor allen tijdelijken en geestelijken nood. Maar dan springt

het ook in het oog, hoe ge eigenlijk eerst aan het zin gevoelt

van

dat: „Onze Vader, die in de

Avondmaalsformulier. En het

is

niets

zoo dikwijls dat Onze Vader

bij

alsof de tijd te kort schoot,

om Gods

doen uitstorten.

Avondmaal den diepen z;jt." Vanouds had

hemelen

daarom onze kerk de goede gewoonte, om zelfs „Onze Vader" by het heilig Avondmaal te bidden.

te

om

tot

twee maal toe het

Zie het

maar

dan geestelooze betweterij,

het heilig

in ons

als

thans

Avondmaal wordt weggelaten,

volk in dat heerlijkste gebed de

Er komen dan breede en lange toespraken.

ziel

Daar

is

tyd voor. Maar het „Onze Vader", waar de aanbidding in moet uitvloeien,

wordt of geheel vormelyk

er

aan gehecht, of kortheidshalve weggelaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 137

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's