E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 557
Derde deel
XXXV. HOOFDSTUK
ZOND. zich
zelf te helpen, zelf in de behoefte zijner
doet
hij
door alsnu uit
ziet
te voorzien;
en
dit
God
zulk een beeld van
te
gaan maken,
kon gegeven worden.
als alleen in Christus ons
Zoo
is,
natuur
en zichtbaars, dat in den hemel,
iets creatuurlijks
op aarde, of in de wateren
559
II.
ge dus wel, hoe dit Tweede Gebod, wel verre van ons, die geen beel-
den dienen, niet meer aan
te
gaan, veeleer een even principieel gebod
als
is,
het eerste, en zoowel het diepste van ons menschelyk wezen, als de kern onzer
dan ook
Christelijke religie raakt. Dit zou
den Catechismus terstond
in
'
zijn
uitgekomen, indien de Catechismus ook hier onderscheidenlijk gesproken had,
én wat van
gebod ^feboden én verboden wordt. Dan toch zou tegen het
dit
?;erbod,
om
komen
te staan,
een eigengemaakt beeld van God
om om
vóór den val in zonde,
handhaven, ^en na den val in zonde,
te
in Christus hergeven
reformatoren
de
in
te vereeren,
met eerbiedenisse
is,
hun
tegen
strijd
het Beeld Gods in ons zelven het Beeld van God, dat ons
te
Rome
aanvaarden. Doordien echter zich schier uitsluitend tegen
de vereering der beelden in de kerken keerden,
van
gebod uitgebleven. Dit
dit
meerd waren, de vroeg
men
zich
kern
zijn
is
de positieve verklaring
eenmaal onze kerken
heeft, toen
gerefor-
wat de diep zondige neiging
af,
men
in
onze natuur was, waar
En gevolg hiervan
door te dringen.
Vandaar de poging,
we
die
thans waagden,
we
toch eenmaal vast, dat
hier te
dat bijna niemand
is,
zelf
te
met ,den valschen herwinnen door
trek die ons
zelf een beeld
ook met de beschikking Gods, opdat
hergeven,
we door
—
zouden herwinnen, voor ons als
de
hij
aan
te leven,
is,
verzuim in
dit
nu
verlies
van
te
dit
halen
Beeld door de
om wat we
prikkelt,
van God
geloof dat Beeld van
dan begint op eenmaal
-
verloren
gaan maken; en dus
te
ons in Christus dat Beeld van God
te
God ook voor ons zelven dit
gebod van
en ieder gaat terstond merken, dat
alle zijden
dit gebod,
evengoed
negen 'andere, hem zelven aangaat. Zoo voor éénlg gebod dan
'
zal
gebod zich schuldig gevoelen, en elke tekortkoming in geloof
dit
aan den Zone Gods pen. Ja,
om
om
'
doen hebben met de schepping
van den mensch naar Gods Beeld; met het zonde;
^
het uitwendig bezien in plaats van
onzer zich aan dit gebod schuldig voelt en uit dit gebod zijn ellende kent-
Staat
"
predicatie over dit gebod uiterst dor gemaakt. Bijna nooit
tegen dit gebod inging. Zoo bleef tot
vanzelf het gehoö. zijn
hij
zal
zal inzien,"
hem opnieuw
in schuld voor dit gebod nederwer-
hoe ook de zonde onzer eeuw eigenlijk geen andere
dan dat ze het Beeld van God, dat ons
nu zelve bezig
verwerpt,
en
Goddelijk
Beeld
te lesschen.
in
haar
is,
om
op
in Christus
gegeven
is,
ro'ekeloos"^ "
allerlei
wijs,
dien dorst naar het
valsche idealen of in haar zinlijken hartstocht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's