E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 237
Derde deel
;
XXX&. HOOFDSTUK
ZOND. Private zelf beproeving
hier niet genoeg.
is
IV.
Het
239
is
toch een stichting van
waarvan we leden zyn; een Broederschap waarover Christus Koning is; en waarvoor hij op aarde zijn ambtsdragers heeft aangesteld, Christus
om
orde en tucht in deze heilige Gemeenschap te bewaren.
het niet genoeg, dat
men den
vermane
het harte binde en hen
op
maar ook de kerk
als
Derhalve
is
leden zoo ernstig mogelijk de zelfbeproeving
verzoening met hun broederen
tot
zoodanig heeft toe
te zien, dat,
voor het heilig
Avondmaal aangaat, onverzoende personen in de broederschap tot verzoening gebracht worden. Daarom hadden onze vaderen de goede gewoonte voor elk Avondmaal de ouderlingen te laten rondgaan, of ook iemand in
men
onverzoenden staat leefde en bevond wierd geen moeite bespaard,
Ook nu nog
is
om
dit
dezen ban
ongelukkigerwijs alzoo, dan
uit
de gemeente
weg
te
nemen.
het derhalve plicht van den kerkeraad zich door huisbe-
zoek hiervan op de hoogte
te stellen,
en
al
kan
dit, bij
de grootere afstan-
den en het drukker leven en de mindere beschikbare krachten, thans niet meer vier malen 'sjaars, en alzoo vóór elk Avondmaal plaats hebben, toch
is
het broodnoodig, dat elke broeder en elke zuster minstens eenmaal,
telken jare op dit punt onderzocht worde.
heid getoond te hebben, stuit op de zijt gij
er niet
meê van
af,
met
Komt
het nu voor, dat ge, in
uw eigen verdraagzaamhardnekkigheid van uw tegenpartij, dan
onmin met één uwer broederen geraakt te
zijnde,
na
denken: „Nu heb ik het mijne gedaan,
en ga dus welgemoed ten Avondmaal," maar rust op u de verplichting,
om uw
eerst enkele broederen als getuigen te
nemen;
zaak aan het oordeel van den kerkeraad
te
baat ook dit
.en
niet,
onderwerpen. En dan
heeft die kerkeraad, na behoorlijk onderzoek, hierin altoos zoo te oordeelen,
dat de bezwaarde, die tot verzoening genegen
van
bezwaar ontworde en ten Avondmaal worde ontvangen, maar ook dat de broeder onverzoenlijk blijkt, van het Avondmaal geweerd worde. Tivee die onverblijkt,
zijn
last
die
zoend
zijn
kunnen noch mogen saam ten Avondmaal gaan. Dat zou vloeken.
Doch natuurlijk Opzieners in deze
tot niet,
dit
ééne geval beperkt zich de handeling van de
en de Catechismus zegt dan ook zeer terecht, dat
het de plicht van de opzieners te
is,
voorkomen dat de toorn Gods
„om
het verbond Gods heilig te houden
niet over de geheele
gemeente verwekt
worde," en diensvolgens met de sleutelen des hemelrijks den toegang tot het heilig Avonmaal te openen of te sluiten.
Nu wordt
het geheele stuk van de Sleutelen des hemelrijks in de volgende
hoofdstukken afzonderlijk behandeld,
bij
de toelichting van de
XXXIste Zon-
dagsafdeeling.
Daarvan dient hier dus gezwegen. Maar wel dient hier de aandacht nog op enkele ondergeschikte punten gevestigd, die rechtstreeks
met den toegang
tot het heihg
Avondmaal
in
verband
staat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's