E voto Dordraceno - pagina 271
ZONDAG
HOOFDSTUK
XI.
259
II.
ingedrongen, dat ook vele geloovigen over zulk een opmerkelijk feit heenleven, maar op dien stroom mogen we niet mee afdrijven. Eer integendeel moet 's Heeren volk in zulk een goddelijk werk van 's Heeren majesteit
weer gaan
inleven;
Nazareth het
moet weer
het
heid voor ons worden.
Ge moet
kleine, lage
klare, levende, bezielende werkelijku Nazareth kunnen voorstellen, en in
woonhuis van
Jozef,
met den timmermanswinkel
En naar dat stedeke, naar dat huis, naar dien man gaat een engel uit. Een engel, die uit de verborgen, geheimzinnige wereld der eeuwige dingen zich plotseling in den droom aan zijn oog ontdekt en als in het achterhuis.
uit
den
treedt.
lichtsluier
En
der heiligheid voor zijn nachtbewustzijn te voorschijn
die engel
kwam
niet uit zich zelf of uit eigen aandrift,
was gezonden. Gezonden door den Drieëenigen God, en
bij
maar
die zending
kreeg hij den last mee, om voor alle eeuwen en voor alle natiën op eenmaal den Naam vast te stellen, waarmee de kinderen der menschen den Gezalfde noemen zouden. De bijomstandigheid dat deze heerlijke openbaring aan Jozef in een
droom
te
beurt
viel,
mag
in
het minst niet misbruikt,
werkelijkheid of de hooge beteekenis er van ook
Ook ons als
nachtleven in den droom
is in
zoekt of in ons dagleven, dit doet aan het
ons
zijn engel
zendt niets af of toe.
om op iets
de volle
af te dingen.
den grond der zaak even werkelijk
we wakker zijn. En of God de Heere
het dagleven, waarin
voor ons bewustzijn.
maar
Ook
in
Al het verschil bestaat enkel
ons nu feit,
in
ons nachtleven be-
dat Hij tot ons komt of
den droom
is
zulk een engel
maar een openbaring tot ons komt. Overdag heeft dit we dit bij dag behoeven; en in
volstrekt geen voortbrengsel van onze verbeelding,
van een hemelgeest, die van buiten af plaats in een
vorm en
gestalte,
gelijk
den nacht naar den aard der gestalten die ons nachtbewustzijn treffen kunnen. Maar beide malen is de aanraking van onze ziel door een verschijning uit den hemel even beslist. Zoo is en blijft dan de naam Jezus de naam die door God zelf voor den Middelaar bepaald en ons op de lippen gelegd is. Niet onze liefde of onze bewonderende aanbidding, maar Gods eigen bestel moest dien naam vaststellen. Die naam lag in Gods heiligen raad van eeuwigheid vast. Jezus zou zijn wat die raad bepaald had, dat de Middelaar wezen overmits nu naam en wezen hier elkaar volkomen dekken moest, geen onzekerheid of keus tusschen meerdere namen mogelijk. Met goddelijke gewisheid wierd uit den raad Gods de naam van jezus voor
zou.
En
was
er
den Messias vastgesteld.
Deze
heerlijke, lieflijke, troostende
naam van
Jezus
is
in zijn
wortel een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's