E voto Dordraceno - pagina 224
ZONDAG
212
liet
werken, en immers
alles
X.
HOOFDSTUK
I.
zou op hetzelfde oogenblik stilstaan en ver-
sterven.
wat óók van u zelven, van uw magen en lieven geldt. Gij leeft en Hetgeen waarvan gij leeft is de adem Gods, die in uw neuszij gaten is geblazen, en die in uw bloed den klop van het hart en den slag van den pols, en uw zenuwen de gevoeligheid en uw spieren de kracht instort. En nu, ge kent het woord van den Psalmdichter: Neemt Gij hun adem weg, zoo sterven ze en keeren weder tot hun stof!" Of twijfelt ge hier nog aan, vraag u zelven dan maar af, waar het van daan komt, dat ge, laat ons zeggen, wel 50 kilo kunt vertillen, maar geen 200: dat ge schrikkelijke moeite hebt om 20 kilo ook maar één kwartier uurs te torsen, en dat ge uw eigen lichaam, dat 70 of 80 kilo weegt, vlug en soms uren achtereen draagt en tegen hooge bergen op kunt stuwen? Wat toch is nu die kracht? Waar zit die in uw spieren? Is die ooit gezien of microscopisch waargenomen? Wie bepaalt haar maat? Hoe raakte ze op en komt ze weer terug? En hoe zult ge dan uw eigen persoon begrijpen, zoo ge wegneemt het apostolisch belijden: ,,In Hem leven we, bewegen we ons en zijn we." En nu komen we op uw leeuw terug. Gij maakt een enkelen marmeren leeuw, zoo ge beeldhouwer zijt. God niet. God de Heere schept duizend levende leeuwen, die hun muil opsperren en brullen dat het dreunt door in zijn al het woud. En we zagen ten eerste dat God al die leeuwen eigen hand draagt, en ze nooit uit zijn hand kan zetten, en ten andere dat als die leeuwen brullen God de Heere de kracht voor dat brullen in de leeuwenborst gaande moet houden. Maar nu komt hier ten derde nog bij, dat die leeuw ook gevoed moet en gedrenkt, en ook dit moet God zelf doen: ,,Zij alle wachten op U en Gij geeft hun spijze te rechter Iets
leven.
,,
tijd."
hoe de Schepping vanzelf de noodzakelijkheid der Voormedebrengt. Gelijk een reeder geen schip in zee kan zenden, zienigheid of hij moet tevens zorgen dat alles aan boord komt, wat voor de maanden
Zoo
blijkt dan,
dat de reis duurt, noodig zelf
en
mee,
in veel
om
is,
en
in
het schip te sturen
hooger mate nog, kon
den kapitein moet en
zijn
doel
te
God geen Schepping
hij
laten
het
ware
bereiken,
zoo,
als
in het leven roepen,
of uit die schepping vloeide vanzelf de noodzakelijkheid voort,
dat Hij
tot den einde toe die Schepping drage, in stand houde, voorzie van wat
ze behoeft en aansture op haar doeleinde.
En
dit
is
niet
aan den Heere
is
een noodzakelijkheid, die door een macht buiten
God
opgelegd. Integendeel, deze noodzakelijkheid vloeit
uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's