E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 322
Derde deel
ZOND.
324
XXXI. HOOFDSTUK
om hem
kerkeraadskamer, maar
haar
meente
De Overheid mist
te hanteeren.
tot zijn eere en tot heil der gealle recht
maar eenige uitspraak
der hemelen ook
rijk
en kan en
sche bedeeling,
mag
XI.
om
in
zake het Konink-
te doen. Zij is
voor deze aard-
dus uitsluitend oordeelen over hetgeen in
den burgerstaat door het recht haars G-ods geëischt wordt. den burgerstaat treedt ze
In
en in
Gods
als dienaresse
op.
mengen
niet
om
plicht
mag
niets te zeggen in den burgerstaat en
Want
in de burgerlijke politie.
had vast
beslissingen
De
stellen,
te
stelling, die
Gods ontvangen
blinde
zich
Woord
kerk uit G-ods
stelling, alsof de
en alsof de Staat gehouden ware zich is
dan ook een door en door
ook zal ze wel doen, zoo ze het
;
Woord
door ons, als Calvinisten, met hand en tand moet
maar ten
verspreid, niet voorbijziet;
de Overheidspersoon
wat Gods Woord van hem ^
zij
de Overheid heeft evengoed als de kerk het
Neen,
tegengestaan.
altoos
heeft de
mag
wel heeft ze het recht en den
naar deze uitspraken der kerk te schikken,
over dat
Kerk
de Overheid te vermanen en te raden, maar gezag uitoefenen
ze in den burgerstaat niet.
Roomsche
in de
Omgekeerd
schap, alle onderscheidend oordeel en alle autoriteit.
Kerk op haar beurt
maar
der hemelen ontbreekt het haar aan alle zeggen-
Koninkrijk
het
licht
door de kerk
slotte blijft het toch
die voor zich zelf heeft uit te
zelf,
eischt. Hij staat
en valt
Woord
maken
zijn eigen Heere.
gehoorzaamheid, gelijk sommigen die drijven,
is
Een
steeds door de Ge-
reformeerden ook in de Overheid verfoeid.
kan alzoo
Moeilijkheid
slechts dan ontstaan, als de Overheid of aan de
kerk haar volle vrijheid ontneemt, of wel in zaken die een gemengd karakhet huwelijk, de opvouding der jeugd, de armenzorg
zooals
dragen,
ter
enz. de billijke rechten der kerk voorbijziet; en kwalijk
op
zeer zelden aan de kerk gegund
dit terrein
dat de Gereformeerden, in dit bange geding,
namen met een
^ den
wat haar toekwam,
maar
al
te dikwijls
ja,
genoegen
onzuivere verhouding, die feitelijk aan het recht der kerk
Zoo nu was het ook
te kort deed.
is
kan ontkend, dat
in onze Republiek.
Calvinisten den boog zeer sterk
;
stonden
stijf
Aanvankelijk span-
op hun stuk
;
en wil-
hoegenaamd van de onbetwistbare rechten der kerk varen
den
niets
ten
maar toen de eerste geestdrift bekoeld was, en de Overheid niet on-
;
genegen bleek,
ming en
te
om
om
de Gereformeerde kerk op zichtbare wijze in bescher-
nemen, hebben onze beste Calvinisten water een
la-
schijnleus
te
redden
feitelijk
in
hun wijn gedaan,
de vrijheid der kerken op niet
geringe wijze laten besnoeien. Er stond te veel voor hen op het spel. Er *"
werd hun lokken,
te
hooge
om wat
ze
den beteren dag af
prijs
geboden.
En door
dien prijs lieten ze zich ver-
noemden „op de andere poincten te patiënteeren en wachten." Maar dit is hun dan ook duur te staan
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's