E voto Dordraceno - pagina 366
ZONDAG
354
XIII.
HOOFDSTUK
III.
van het Pantheïsme, onder wat vrome vormen het zich ook voordoe. Zelfs de voorstelling alsof onze ziel een vonk of spat uit het Eeuwige Wezen zou zijn, moet zoo beslist mogelijk tegengestaan. Wij zijn geschapen, en scheppen is nu eenmaal: een wezen, dat er niet is, als wezen doen ontstaan. Staat dit nu eenmaal terdege vast, en ziet men die klove diep en onmetetusschen den Schepper en alle creatuur gapen, dan volgt hieruit terstond, dat alle naam van kind, dat van het schepsel ten opzichte van den Eeuwige gebezigd wordt, slechts op de betrekking en niet op het wezen doelt. lijk
Gelijk vader Cats het, op het voetspoor der Heilige Schrift, zoo schoon heeft uitgewerkt, is heel de creatuurlijke schepping één afspiegeling van
wat
in het
Eeuwige Wezen door de
drie
Personen
in volzalig liefdeleven
doorleefd wordt.
En zoo nu ook
is
er afspiegeling
van
de
betrekking
tusschen
den
Vader en den Zoon, en zoo dikwijls er zich iets van deze verborgene betrekking afspiegelt, hoe zwak ook, vindt ge den naam -van kind gebezigd en
is
Als
de Schepper van dat kind vader. Adam geschapen is naar den beelde Gods, heet
en straks vraagt de Heere: „Ben Ik een vader, waar als de zonde deze teedere betrekking stoort, en geen ziel opklimt, zijn er bij
hij is
kind van
mijn eere?"
God En
Abba Vader meer God toch nog
den Heere onzen
in de bezoedelde gedachten van ontferming, om die oorspronkelijke betrekking te herstellen en zelfs nog inniger te maken, en komt Hij in het Evangelie als „de Vader die in de hemelen is" zich onzer erbarmen, en ons weer roepen tot zijn
kindschap.
Dit kindschap nu
is
afspiegeling in tweeërlei zin. Vooreerst als algemeene
aanduiding daarvan, dat we onzen oorsprong niet uit ons zelf maar uit God hebben, en dan heeten alle redelijke en zedelijke creaturen, ook de engelen, kinderen Gods, en blijft dat in zekeren zin ook de zondaar.
Maar dat het
ten tweede, en dit gaat veel dieper, doelt dit kindschap daarop,
Gode
belieft in zijn schepsel lo. gelijkheidstrekken
beeld in te scheppen;
2o.
van
zijn eigen
krachtens deze geestelijke overeenstemming in
bewuste ontmoeting met zijn creatuur te komen; 3o. alzoo een wederzijdsch liefdeleven op te wekken; 4o. en als vrucht van dit teedere liefdeleven voor Zich zelven eere en aanbidding te gewinnen en zijn creatuur
op wondere wijze te zaligen. Dit laatste lag gegrond in 's menschen schepping naar den Beelde Gods, maar brak, toen de mensch in zonde viel. En vandaar is het, dat de zondaren
in
dien dieperen zin dit kindschap
Gods geheel missen.
Zullen ze dus weer tot dit kindschap komen, dan moeten ze in dit kindschap weer worden mgezet. En hiervoor nu bezigt de Heilige Schrift
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's