E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 126
Derde deel
XXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
128
man
mate
die
in
Ons
aantreft.
woon nuchter verstand
I.
om met
kleeft de neiging aan,
on wat
alles te willen inzien,
in het
ons ge-
kader van
dat nuchtere verstand niet te wel past, te belachen of te loochenen. Van-
daar dat zelfs het ongeloof van den gewonen burgerman ten onzent een zoo veel onverkwikkelijker karakter draagt dan
en
En
over zee.
serland
èn
dit
nu was oorzaak,
onze naburen te land
bij
zonder afspraa,k, èn in Zwit-
dat,
ons land, een even nuchtere en gelijkvloersche opvatting
in
van het Sacrament ingang vond,
nog
die er
bij
duizenden inzit en die
nog in het laatste decennie in Prof. Doedes van Utrecht haar tolk vond.
Wel was
deze platte, matte opvatting ten opzichte van het heilig Avond-
maal nog
Doop had
gen
doorgedrongen
niet zoo diep
predikanten
ze
zijn
maar het
;
geheel veroverd
bijna
geweest,
die,
heili-
zoo zelfs dat er niet weinige
;
toen nu allengs de Gereformeerde belijde-
van den heiligen Doop weer uiteen wierd
nis
van den
terrein
gezet, hier zoo
vreemd
te-
genover stonden, dat ze waanden met een particuliere liefhebberij van den schrijver
doen
te
te
hebben, en eerst door de reeks getuigen van onze
uitnemendste theologen tot hun
ongereformeerd
merkten, hoe door en door
verbazing
zelven jaren lang in dit stuk gestaan hadden.
zij
Ook ten opzichte van het
heilig
Avondmaal
zij
daarom van meet af
wel en duidelijk uitgesproken, dat ook door ons de Zwingliaansche theorie
van het Avondmaal bewust en
beslist
verworpen wordt
eenvoudig wijl
;
opvatting van Zwingli ons op verlies van het Sacrament zelf zou te
de
staan komen. In verband hiermee lette
21
men
er op, dat
onder het antwoord op Vraag
verwezen wordt naar Schriftuurplaatsen
78
waarin niets omtrent het
plaatsen
;
maar wel een
dit
als Tit. III: 5
heilig
Avondmaal
en Petr. III:
staat te lezen,
omtrent den heiligen Doop. Denk echter daarom niet dat
iets
vergissing
is,
door te schrappen.
en
kom
Immers
1
niet
met uw
Petr. III
:
21
potlood,
om
deze plaatsen
wordt aangehaald,
om
u
te
herinneren, dat volgens de Heilige Schrift, het Sacrament van den Doop niet -
slechts
iets
afbeeldt en
wordt op
Tit.
III: 5
maar ook
vertoont,
apostel Petrus zegt, dat de heilige
Doop „ons nu ook
Sacrament, de heihge Doop, niet slechts
maar ook een genadewerking iveeg
iets uitwerkt;
brengt,
en zalig maakt
;
dan
behoudt."
gewezen, waar de apostel betuigt „dat
maakt door het bad der wedergeboorte".
te
iets doet.
is
het
heilig
Hy
on^ zalig
Blijkt hieruit nu, dat het ééne
iets
in zich draagt,
afschaduwt en verzinnebeeld,
waardoor het
en wel een zoodanig
iets,
iets doet, iets
dat ons behoudt
het hiermee uitgemaakt, dat zulk een genadewer-
king van het wezen van het Sacrament onafscheidelijk bij
Immers de En evenzoo
Avondmaal moet worden
is,
en alzoo ook
beleden. Geheel in gelijken zin.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's