E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 212
Derde deel
214
XXXh. HOOFDSTUK
ZOND.
Vandaar dat dan ook gen
I.
ons Avondmaalsformulier, dat juist in die da-
in
opgesteld, zoo kras op den voorgrond staat, dat wie zich
is
van de daar genoemde zonden bevlekt kennen, en zich
maar
keeren, te
hun zonden voortvaren,
in
tot
met één
God
zich van het heilig
niet be-
Avondmaal
onthouden hebben. Toch gevoelden ook reeds de opstellers van
dit for-
mulier dat deze krasse taal ook weer het gevaar met zich kon brengen,
om
van het Avondmaal af
gestemde zielen
teeder
waarom
schrikken
te
;
reden
ze aanstonds op die krasse taal de betuiging lieten volgen, „dat
om
dit niet
gezegd wordt
dig
te
maken, alsof niemand ten Avondmaal gaan mocht, dan
der
eenige
de verslagene harten der geloovigen kleinmoe-
zonde ware." En
voorzichtiger
werk,
te
in de Engelsche kerk ging
men
die zonzelfs
maakte twee Avondmaalsformulieren,
en
nog
die de
bedienaar van het Avondmaal dan naar gelang van de geestelijke gesteldheid der gemeente gebruiken moest
men
waarin
te
ondoordacht
te
;
bij
het ééne bestemd voor een gemeenhet
Avondmaal
maning van het Avondmaal dus noodig was voor gemeenten,
naar
we
het
men
waarin
Avondmaal moest
slechts
te
hoop
liep
en af-
en het andere opgesteld
;
Avondmaal
iceinig zocht,
en dus
gelokt worden. Bij ons daarentegen
hadden
het
te
één formulier, en in dit formulier bleef tot op den huldigen
dag de ufmanende toon op den voorgrond staan. Zoolang nu de kerken hier
tot de „vergadering der geloovigen" niet
behooren
kan, zonder zich daardoor bloot te stellen aan het verlies van
naam en
eerbiedigen
goed,
afstand
ja
hun
ziel
van
zijn leven,
bleven de schijnbelijders op een
onder de Roomsche organisatie achter, en had
den regel slechts
in
'^
lande in de verdrukking bleven, liep dit
Immers zoolang
zijn
^
te
men
alles wel.
te
doen met mannen en vrouwen,
men
metterdaad
Heere Jezus hadden overgegeven. In die kerken nu
voor den
was het dan ook de vaste regel, dat een iegenlijk vier malen per jaar ten Avondmaal ging dat wie niet opging terstond door de opzieners des;
wege vermaand werd; en dat daarentegen wie berouwelijk ,
die
een
bleef,
een
mand
op.
bijzondere
zich
misgaan had, en on-
geweerd werd. Het denkbeeld ook maar van
vroom mensch,
eenigszins
tenzij
vastelijk
oorzaak
Eerst toen de Wederdoopers
die
hem
bij
niet
ten
tegenhield,
Avondmaal zou opgaan,
kwam
toen nog
gansche scharen zich weder
bij
ken aansloten, begon men ook met dezer geestelijke bedenkingen
Om
hun
de Doopers er
wel
te krijgen.
stellen, dat
men
stelsel
toe
van den Bejaarden-doop
moeten komen,
om
te
bij
nie-
de kerte
doen
handhaven, waren
voor den Doop als eisch te
elkanders staat beoordeelen zou, en alleen diegene, van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's