E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 154
Derde deel
156
w.
d.
XXIX. HOOFDSTUK
ZOXD.
zoowel aan
z.
zijn
?/cM«m
aan
als
zijn
V.
2?:e/
werd toegekend, wierd het
principieele onderscheid tusschen Jezus' lichaam en Jezus' ziel metterdaad
opgeheven. En vandaar dat latere dwaalleeraars slechts aan dezen draad
behoefden voort
menging
wezen
zag,
derzijds
spinnen,
te
om
den
in
verheerlijkten
een
Christus
hetwelk eenerzijds het goddelijke en menschelijke en an-
in
het
spoedig tot een algeheele dooreen-
al
komen, waarbij men
te
geestelijke
en lichamelijke
in
een hoogere eenheid waren
opgelost.
Van dezen hij
verheerlijkten Christus, aldus opgevat, beleed
Avondmaal
in het heilig
zich zelven
mededeelde
;
men
nu, dat
en overmits
in
hem
onderscheid tusschen het G-oddelijke en menschelijke en evenzoo tus-
alle
schen
was opgeheven, kon
het lichamelijke en geestelijke
niet mededeelen, of hij deelde zich geheel
Goddelijke
als
menschelijke
mede,
d.
w
z.
zichzelven
hij
zoowel naar
Wie dus het brood des Avondmaals
at
en den wijn des Avondmaals
dronk, at en dronk daarmede tegelijk den verheerlijkten Christus
wel op zulk een Jezus'
Goddelijke
van
als
namen door
een kracht van
een
iets,
opnam zoowel
in lichamelijken zin.
in
Een bestanddeel, een
zich op.
dit lichaam,
dat niet uit Jezus'
kracht van zijn
was
in
iets
ontving en
iets
van
De Avondmaalsgan-
kwam, maar
in ons dringende;
ziel,
iets,
een element,
hoe dan ook beschouwd, maar in elk geval ziel
uit zijn verheerlijkt lichaam.
Niet alsof dit deeltje uit Jezus' lichaam^ gedacht moest telijke
en dat
het gebruik van brood en wijn dus ook iets van Jezus'
lichaam
verheerlijkt
in zich
;
menschelijke natuur, en dit laatste niet
zijn
maar ook
alleen in geestelijken,
gers
men inwendig
wijs, dat
zijn
natuur, even goed lichamelijk als geestelijk.
want
als,
naast de gees-
beide ziel en lichaam
Jezus één; maar dan toch zoo, dat de Avondmaalsganger in zich
opnam, dat hem toekwam
feitelijk
uit het verheerlijkte
lichaam van Jezus. Dit lichamelijk iets nu, dat door het uit
Sacrament des heiligen Avondmaals
den verheerlijkten Christus in den geloovige overging, en door dezen
in zich
wierd opgenomen, kon uiterdaad niet nalaten ook zekere uitwer-
king op het lichaam van den geloovige
te
doen
;
en ook over die uitwer-
men twee bepaalde zienswijzen. toch hield men staande, dat dit lichamelijke dat bij
king opperde Vooreerst
maal
uit Jezus'
lichaam ontvangen werd, de kracht bezat,
het Avond-
om
genezend
en sterkend op het lichaam van den geloovige te werken. Het werd dus
y
beschouwd
als
een
soort
medicijn,
dat in ons lichaam indringende, de
zwakte van ons lichaam tegemoet kwam, en in
allerlei schadelijke
werking
ons lichaam tegenging. Zoo werd het heilig Avondmaal dus in thera.
peutischen
zin
opgevat;
en
dat
niet
als geloofssterking in de ziel, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's