E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 541
Derde deel
ZOND.
en dat
lot beslist.
houding tegenover
Deze
543
VI.
dus naast God en voor Gods aangezicht huldigt en erkent als
hij
een macht, die over zyn-
Christelijke kerk
in
XXXIVb. HOOFDSTUK
met
zulk soort spelen,
al
van oudsher door de
is
aangenomen. De oudste Christenen zagen
beslistheid
deze spelen niets dan heidensche inkruipsels, die tot in de figuren
al
van het kaartspel
toe
'
aan de heidensche goden herinnerden. Nog heden
dage erkennen dan ook de Roomsche moralisten, dat de kansspelen
ten
verboden waren, waarbij ze verwijzen naar Canon
oorspronkelijk
35 der Apostelen, en Canon 73 van het Concilie van Elvira heeft
tius
in
42, ol.
en Voe-
(300),
geschrift over het lotspel (Utr. 1660) op pag. 151
zijn
in een aanhangsel een vrij volledig overzicht gegeven
met name
die dienaangaande,
bij
v.
v.
van de uitspraken
Cypriaan en andere kerkvaders voorko-
men. In den loop der middeleeuwen
is
'
deze zienswijze echter prijsgege-
ven, en toen de latere moraal der Jezuïeten aan het
woord kwam,
is
het
kaartspel onder de Roomschen, zelfs onder vele geestelijken, weer in zwang
gekomen. Alphonsus de Ligorio (Theol. moralis rond
IV. p. 171) spreekt het
dat zulke manieren „thans te verdragen zijn
uit,
hedendaagsche algemeene gewoonte,
met het oog op de
die zeer zeker verschilt
van
en bekrompen tucht, die in de eerste kerk gold." (Et hos vere
die
oude i
dici potest
excusari ab hodierna et universali consuetudine, quae certe differt ab
antiqua
ping zoo
te
werk, dat
men
eerst zei: „Dat
maar de leeken kunt ge zoo lagere
geestelijken,
gaf.
en
En wel
is
die
ook
er te alle tijde
buiten invloed, en zoo
bij
de
kwam
illa
deze verslap'
Dan mochten wel de
aan verslaafden. En
zoo het
ein- >
maar geen schandaal
Roomschen een strengere richting
slappe moraal afkeurde,
een
zulk
bij
aan deze spelen meedoen.
ze er zich niet niet,
ging
goed voor de geestelijken,
streng niet binden."
scheen ook dat zulk groot kwaad
geweest,
is
alleen niet de hoogere
Toen ook wel de hoogere, mits delijk
Men
arcta primitivae Ecclesiae disciplina).
maar
feitelijk bleef
deze
het kaartspel en allerlei ander kansspel weer
algemeen gebruik. Van nature vindt een zondig mensch kaartspel veel
in
prettiger die
dan schaakspel, en onder de
velerlei kaartspelen
nog wel
die,
het snelste afloopen, bijna uitsluitend op kans drijven, en waarbij de
vaardigheid het minst in het spel komt. Juist
daarom echter was het
natuurlijk dat Gereformeerde leeraars der
zedekunde weer onverwijld de practijk der eerste Christelijke kerk hersteld hebben.
de des
In
Genève gaf
avontuurlijke levens,
Prof.
Daneau den
stoot,
door
zijn geschrift
over
lotspelen, en ten onzent Tafïijn in zijn Boetvaardigheid
waarin
hij
van
„de
avontuursche lotspelen" handelt
in
het
tweede Boek, hoofdst. XIX, en met deze mannen hebben Perkins, Aretius, Junius,
Rivet, Wollebius, Voetius, Piscator, Peter Martyr, Zanchius, Mar-
r
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's