E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 185
Derde deel
_ XXXa. HOOFDSTUK
ZOND.
de
Communie
Christus
zoo behoeft er niets meer te gebeuren. De
gobriiiken,
te
schijn van brood en wijn.
daar onder den
ligt
dien Christus slechts te reiken, en
sprak
menten
men
hem
kunt
gij
in u
Men
^
behoeft u
opnemen. Deswege
Concilie van Trente dan ook den banvloek uit over een iege-
het
die
lijk
187
II.
staande
hield,
„dat het lichaam en bloed des Heeren in de
ele-
na de consecratie aanwezig was, maar alleen tijdens
niet terstond
en
het gebruikte,
dus
van
niet
te
voren, noch daarna; en alzoo
loochende dat het ware lichaam des Heeren in den ouwel of in een stuks-
van den ouwel, dat na de Communie overbleef, nog aanwezig zou
ke
zijn."
Na
de zegenspreuk was er dus geen brood of wijn meer;
Feitelijk
was
er niets
dan de Christus, en wel
al leek dit zoo.
die Christus geheel,
de rechterhand des Vaders verhoogd
Roomsche
het laatste stuk der
^
is.
En
nu vloeide ten
hieruit
moet worden aangebeden, en wel aangebeden met
aanbidding,
die
het
schepsel
schuldig
is
aan
zijn
consequentie moest
men wel komen. Immers was
brood en wijn
maar nu
ivas,
02)hield dit te zijn,
diezelfde
hulde
is,
Middelaar op den troon. Niet naar
omgezet, veranderd en over-
naar
zijn is
Rome
den
schuldig zijn
Christus
mindere vereering
komt
menschelijke,
maar wel naar
is,
legt er
die
is
daarom nadruk in het
Is hij
daar God;
het onze schuldige plicht, dat
is
bidden zullen.
Bidia
zijn
Godheid in brood en wijn aanwezig, dan
en zich openbaart,
en
als Gfod
al
toebrengt aan den verheerlijkten
natuur moet de Christus worden aangebeden.
Goddelijke
^
het waar, dat hetgene
dan moet men aan dozen Christus wel
men ook
brengen, die
die volle
God. Tot die uiterste
gegaan wierd in den geheelen Christus, zoodat de Christus mensch daaronder aanwezig
slotte
belijdenis voort: dat derhalve de Christus
in de hostie
God
gelijk
beide naar zijn Goddelijke en menschelijke natuur in den hemel aan
hij
op, dat de
zijn
dus ook en waar
we Hem
aan-
aanbidding die we
Sacrament des Avondmaals,
niet die
aan de engelen en heiligen toekomt, en die ze
noemt; maar dat wel waarlijk aan den Christus die volle vereering of aanbidding, die alleen
gebracht en die ze bestempelt met den
naam van
Gode
in de hostie toe
mag worden
^
toe-
latria.
In dien zin sprak dan ook het Concilie van Trente zich in zijn 13e sessie
over
dit
punt aldus
uit:
crament van de Eucharistie, niet
„Zoo .Jezus
moet worden aangebeden,
iemand Christus,
zegt,
dat in het heilig Sa-
Gods eeniggeboren Zoon,
met wezenlijke
Latria,
ook
op
uit'
men hem, bijgevolg, niet moet vereeren met een hem niet in processie moet uitdragen, en^-^ dat men hem niet in het publiek moet uitstallen, om door het volk te worden aangebeden, of dat zij die hem aMus aanbidden afgoderij plegen wendige wijze;
afzonderlijk
en dat
Sacramentsfeest,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's