E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 136
Derde deel
XXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
138
II.
vleesch niet at en zijn bloed niet dronk, geen leven in zich zelf kon heb-
—
ben;
dan merkt ge toch wel, hoe èn de Vleeschwording van dien
Christus,
dronk
en
at
die
en
alzoo
zijn
menschelijke natuur in stand
èn de zinbeeldige beduidenis van brood en
hield;
èn ons eten van
v\ijn;
brood en het drinken van den wijn als beeld van ons geloovig aan-
het
nemen van den
Christus, reeds
van meet af met de Scheppingsordinantie uit ontwikkelde.
samenhing, er in besloten lag en er zich
En daarom looft Gods volk bij den Verbondsdisch des Nieuwen Testaments zijn God en Vader als onzen Schepper, die zoo wonderbaar zijn gedachte reeds in
Goddelijke
Schepping belichaamde, en
zijn
die
nu nog
het brood uit de aarde voorkomen en den wijn aan de ranken groeien doet, om ons het heilig Avondmaal mogelijk te maken.
Doch
er is meer.
Pascha hoorde ook het Lam. En
Bij het
maal het lam niet
weg.
dan
lijker
^
Integendeel
bij
bolischen dienst.
ons heilig Avondmaal
Het wees op het
worden vergoten, opdat op
niet
is
maar
dus
bij
heilige
komen
dien
wij
manier
gelijke
Godslam
heilige
alleen
het heilig Avond-
toch het lam zelf
is
dat lam veel wezen-
lam
het Joodsche Pascha. Daar toch deed het
bij
een type van den Middelaar, die
eigenen
bij
viel
nu
daarom
weggevallen,
uit het teeken
al is
Godslam. Het was een profetie, wiens bloed voor ons zou
zou, en
gekruisten
ons zouden
Christus
toe-
Dat
Jood het geslachte lam nuttigde.
als de
Avondmaal wel terdege aanwezig,
ons heilig
maar
als profetie en type.
rijke vervulling. Christus is
slechts sym-
in heilige werkelijkheid en
voor ons dat Lam, dat de zonden der wereld
komen we dan ook
wegdraagt, en dat ook voor ons geslacht werd. Hierop
nader terug, maar thans reeds moet er op gewezen, dat het God de Vader onze Schepper
als
het aan het heilig
is,
die ons dat heilige
Avondmaal
bezitten,
Godslam
geeft,
en maakt dat
we
doordien Hij den Middelaar voor
ons verordineerd, besteld en ons toegebracht heeft. „Alzoo
lief
heeft
God
de wereld gehad, dat Hij zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft." Gegeven niet
in
gaan;
dien
banalen
maar dan toch
zin,
alsof dit buiten den Christus
zóó,
dat
de Vader den Zoon opriep
Middelaar te stellen, en dat gelijk uit
den Vader
En ook
alle
raadsbesluit teruggaande, dit
zou
om
zijn ge-
zich als
dingen zoo ook deze heilige gave
is.
hier is deze verordening
van den Middelaar
zaak van voor zestig en meer eeuwen,
de Vader
om
heilig
maar het
Godslam
is
ja,
tot in
krachtens
in de wereld
niet een afgeloopen
de eeuwigheid van het dit raadsbesluit, dat
gezonden
heeft.
God
Telkens toch
wijst de Christus er. zelf in het Hoogepriesterlijk gebed op, dat juist alles
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's