E voto Dordraceno - pagina 266
ZONDAG
254
om
HOOFDSTUK
XI.
nu door eigen studie en nadenken,
I.
waargenomene uit die verwoorden op te maken wie de Christus is. Wie zoo te werk gaat, heeft het geloof reeds verzaakt; en komt niet tot den Christus met eerbiedige bewondering, om in stillen dank zijn glorie uit te roepen; maar heeft zich feitelijk reeds boven den Christus geplaatst; uit
dat
schijnselen, uit die feiten en die
hem voor
zijn vierschaar geroepen; en stelt zich om hem te beoordeelen. Neen, niet wij zullen uitmaken wie de Christus is, maar omgekeerd zal de Christus hebben uit te maken, wie en wat wij zijn.
En hoe volkomen
juist het
ook
dier en
bij
plant en hemellicht
is,
om
waar te nemen, en nu op grond van die waarneming uit te maken, met welk voorwerp men te doen heeft, bij den Middelaar moogt ge zoo niet te werk gaan. Dat is oneerbiedig. Dat is in strijd en weerspraak met uw verhouding als creatuur en eerst zelf
zondaar en verloste
Voor hem
is
hooren, en niet er over
Was zijn
Hem
den Immanuel.
tot
uw uw
Hem zult ge hooren ook dan als
plaats nooit anders dan op de knieën.
eigen nadenken en oordeel.
Hem
zelven sprake valt, en gevraagd wordt wie Hij
de Christus eenvoudig verschenen, zonder zich
eigen
persoon
zonder
geleden,
en
ons
werk; had
zelf
hij
maar
is.
te
laten over
eenvoudig onder ons geleefd en waartoe dit leven en lijden
verklaren,
te
strekte; en w^as alleen de heugenis tot ons
heilige verschijning,
uit
gekomen van een
vriendelijke,
die als een mysterieuse geheimzinnigheid,
—
een heilige onbekende, voor ons ware voorbijgegaan,
als
dan zou ongegrond van allerlei twijfeld de vraag recht hebben, voor wien we, op aanduidingen, uitlatingen en waargenomen merkteekenen deze omsluierde
hadden
gestalte
te
houden.
Maar nu er geen onbekende vooruit was aangekondigd, dat en wie
hij
zijn
zou; nu
hij,
tot hij
zelf
ons kwam, maar komen zou en hoe
gekomen, zich
geheimzinnigheid heeft gehuld, maar
wie
was en hoe
hij
zijn
heeft uitgesproken dat
—
nu
is
al
hij
integendeel eeuwen hij
niet
in
zou verschijnen het
kleed
der
door engelen heeft laten aanzeggen,
naam zou
zijn, en klaar, openlijk en duidelijk de Christus, Gods Zoon en onze Heere was,
zulk hoogwijs onderzoek naar den Christus niets dan schul-
En de wetenschappelijke studie, die er zich vooral in onze eeuw toe gezet heeft, om door allerlei „levens van Jezus" en „beschouwingen over den Christus" de waarheid over zijn persoon aan het licht te brengen, is geen studie die we zegenen of wetenschap waarvoor dige verwatenheid.
we danken mogen, maar Christus
Gods en
zijn
hooghartige vermetelheid,
gemeente heeft bezondigd.
die
zich
aan
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's