Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 327

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 327

Derde deel

2 minuten leestijd

ZOND.

Elke Dienst

XXXI. HOOFDSTUK

Woords

des

praeludiura op het eeuwige oordeel,

een

is

dat komt; en juist daarin van

329

XII.

wat oefening, vermaan

al

of broederlijke

toespraak heet principieel onderscheiden.

Maar

hierbij

mag

de kerk het niet laten.

in het zichtbare op, en heeft dientengevolge

Immers ook

ook

de kerk treedt

in het zichtbare

haar roeping

te vervullen.

Met wat deel

heilige schuchterheid toch de kerk zich

onthoudt van elk oor-

over iemands geestelijken staat voor God, en op wat strenge wijze

ze ook het heiligdomvan het innerlijk leven eerbiedigt, nooit

gaan van het oog moedwillig

te sluiten voor

wat

mag

ze zóóver

ze ziet.

Bespeurt of ontdekt de kerk derhalve, dat een harer leden zich in of wandel

belijdenis

mag

misgaat, dan

openhaarlvjk

aan het uitspreken van een oordeel onttrekken

en hier nu

;

Dienst van den tweeden Sleutel, die der kerkelijke

neemt. Deze discipline toch orde,

een

als

dry ven

is

dan

kerk in

der

lid

eerst,

van dwaalleer of het leven

discipline,

maar ook

het openbare

het dat de

is

een aanvang

ongetwijfeld, aan de

leven

in openbare

zijn

ze zich niet langer

der kerk door het

zonde stoornis teweeg

brengt.

De kerk

dus niet inquisitoriaal

treedt

op.

Wat

gemeente

niet in de

openbaar werd maakt ze niet publiek; en publiek in de gemeente beoordeelt ze alleen die dwaalleer en dat wangedrag, waaruit gevaar voor de gemeente als zoodanig voortspruit.

Komt in

den

ze achter dwaalleer of wangedrag, dat me^ naar buiten trad, huislijken kring besloten bleef, zoo bepaald ze zich tol

tot private bestraffing

den Dienst des Woords en dien der Disciphne. Maar

die

werd aangebracht,

kennen deed, dan

Dan

mag

toch

is

ze

'tzij

stuit ze

gehouden

doordien

om

ook publiek handelend op

te

treden.

ze niet langer onderstellen, dat de staat en toestand

Dan mag

dezen persoon

is

ieders persoonlijk leven uit den

gelijk het behoort.

ze op feiten, die niet zijn

weg

te cijferen,

haar inmenging eischen. Immers leven, nóg heiliger

om

op een open'tzij

doordien het publiek gerucht haar die

heimenis van

plichting

vermaan,

en waarschuwing. Een soort middelschakel tusschen

baar drijven van dwaalleer of op een notoire publieke zonde,

haar

maar

is

ze niet langer voor het ge-

weg gaan. Dan toch stuit waarmee gerekend moet, en die persoonlijk

ligt er iets heiligs in ieders

het Verbond onzes Gods, en op de kerk rust de ver-

voor de eere van Gods Verbond

te

waken.

Hierbij echter heeft de kerkelyke discipline uit te

des Evangelies, en

van

mag

ze nooit rekenen

gaan van de waarheid

met Horeb, en

veel

minder nog

zich schikken naar de practijk per wereldsche rechtsbedeeling.

Xu weet

de kerk, dat hetgeen voor God verdoemelijk maakt, niet

is

de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 327

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's