Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 340

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 340

Derde deel

2 minuten leestijd

342

XXXII. HOOFDSTUK

ZOND.

De zaak

is

II.

eenvoudig deze, dat ook de Gereformeerde belijdenis bloot

om

staat aan het gevaar,

in eenzijdigheid te verloopen, en dat dit metter-

daad aan niet weinigen onder ons overkomen

is.

Dit kv^^aad echter heeft

de Gereformeerde belijdenis met elke andere belijdenis gemeen. En daarom

we

protesteeren

tegen,

er

andere richtingen, in

zoo dikwijls de tolken en pleitbezorgers van

hun hooghartigen waan,

als

waren

de kernge-

zij

zonden, met zekere kwetsende minachting, de eenzijdigen onder deze broe-

deren als

,,de

lieden der ziekelijke richting", of

kaak

school", op de

nog

liever als „de nacht-

stellen.

TWEEDE HOOFDSTUK. Want

ik

heb een vermaak in de wet Gods, naar

den inwendigen mensch.

Rom.

De

om

neiging,

waarloozen,

het derde deel van den Catechismus, zoo al niet te ver-

dan toch geringer

maar toch even

zondige,

7: 22.

stellig

een diep

te schatten, heeft ongetwijfeld

een godvruchtige beweegreden. De zondige

roerselen van het hart, die hierbij in het spel zijn, liggen voor de hand. Ze zijn

aan

alle

stribbeling

zondaren en zondaressen gemeen, en bestaan in de tegen-

van onzen geest tegen de Wet des Heeren; in de zwakheid

onzes vleesches ook

waar de geest

verwinlijke traagheid,

waarmee we voor stroom

we uitnemend wel stroom voortjaagt,

weten,

niet

de

maant; en

tot beter

in de

vaak on-

blijven afdrijven,

ook waar

dat de stuwkracht van den wind,

adem

is

kwam

die dezen

van den Heiligen Geest. Ontwaakte er

om

een

Verlosser, dan laat het zich zeer wel begrijpen, dat stuk éën en twee

van

nu toch schuldbesef en

het in ons hart tot het roepen

den Catechismus ons weldadig toespreken, omdat we het stuk der Ellende waarachtig in juist bij

ons zelven bevinden en stuk twee van de Verlossing zoo

onzen toestand

past.

En

schikt

men

zich hierin

zonder

een geestelijk indringen in deze diepe mysteriën,

komen

natuurlijk, dat

ook

zijn eigen

lossing

schrijft,

men

die eerste

nu voorts

acht,

zonder dat er nog een theorie zijn

is

is

gemis aan diepte goed

te

het vol-

komen,

twee stukken aan Ellende en Verdat

een verder voortvaren in den

Catechismus tot de overtolligheden behoort. Eerst gaat

en

dan

zonder ooit tot hartgrondige bekeering

naam onder en

nu oppervlakkig

dit

dan practisch^

uitgedacht,

om

te praten.

Maar allengs komt toch ook

zijn geestelijke

traagheid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 340

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's