Uit het Woord - pagina 29
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
35
bidden in' den naam van Jezus zijn, dat wil zeggen een roepen naar den hooge, waarbij de persoon des bidders in den Naam van Jezus, i. in zijn mystieke gemeenschap ingaat, door Hem omsloten, in d. Hem opgenomen wordt, en roept, niet uit zijn eigen ziel, maar uit zijn in Christus verborgen leven. Zoo wat gij bidden zult in mijnen naam dat znl Ik u geven! Nog spreekt Jezus van gebedsverhooring, waar de begeerde zaak voor den bidder in zijn geloof geheel is opgenomen, en hij in zijn smeeken de ge wisheid des geloofs ontvangt, dat het van God afgebedene hem, zoo waar God leeft, zal geworden Alle ding^ dat gij biddende begeert, geloovende, dat gij het ontvangen zult^ dat zal u geworden. In beide uitspraken is niet slechts een ontvangen, maar uitdrukkelijke gebedsverhooring toegezegd. Hiervan spreekt Jezus in de Bergrede niet. Die bidt ontvangt, al ontvangt hij niet wat hij bad. Die zoekt vindt, al komt hem iets anders voor dan hij zocht. Die klopt, dien zal opengedaan worden, al moet zich vaak een andere deur voor hem openen, dan waardoor hij poogde in te gaan. Niet van gebedsverhooring, maar van de realiteit des gebeds is de levenswet door dit woord aangegeven. Kortweg zou men het aldus kunnen vertolken Een waarachtig gebed is nooit doelloos, doet altijd een werking, oefent altijd een kracht, en is, ook afgezien van latere gebedsverhooring, den bidder :
ten zegen. De nederige ontvangt genade. Die zich in de ure des gebeds niet voor zijn God vernedert, kan niet bidden. Maar die het doet, drinkt met dat bidden zelf genade in, ademt in den dampkring des hemels
en wordt door inwerking van hooger kracht verkwikt.
Zou aan dien maatstaf van Jezus' woord gemeten de kanker van het Farizeïsme dan ook het leven van den leek niet bedreigen? Ook voor hem toch is het Christelijk geloof een levenssfeer, waarin hij zelf bezig is. Er is een ambt, maar niet meer plaatsbekleedend in dien volstrekten zin, dat eigen werkzaamheid ware uit te sluiten. Ook die buiten het ambt staat bidt, ook de leek leest de Schriften, ook de niet geordende zingt Gods lof, ook de Christen in private levenssfeer bedient het altaar der barmhartigheid, zelfs het woord Van
vermaan
en
opwekking
is
thans
in
eigen
kring,
niet
vreemd aan
zijn lippen.
Wat
voor hem niet, dat het heilige ontwijd, het de laagten van ons geestelijk leven worde neêrgetrokken, en al ware het slechts tegenover ons zelf met de edelste verrichting des godsdienstigen levens worde gespeeld. Ten deele is het gevaar buiten het bedehuis zelfs nog grooter. In 's Heeren voorhoven stemt plaats en omgeving tenminste nog
hooge
geVaar
en
dan
heerlijke
ook
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's