Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 135

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 135

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

131 Otgar en zijne ambtgenooten een neiging om Gottschalk ter maar Kabanus, die, het kostte wat het wilde, tegenover den eenvoudigen monnik niet in het ongelijk wilde staan, verzette zich dermate tegen elk denkbeeld van dispensatie, dat Gottschalk zich reeds gelukkig prees, toen hem vergund werd Eabanus' klooster te verlaten en een toevluchtsoord te zoeken in het Fransche klooster Orbais, bij Soissons. Op dit vrije erf zich in Augustinus' geschriften bisschop

wille

te zijn,

geheel verdiepend, werd Gottschalk ten leste met volkomen beslistheid voor de belijdenis van den grooten kerkvader gewonnen. De eeuwio-e

verkiezing werd hem het feit der feiten, zoo in de stichting der kerk in de toebrenging zijner eigen ziel ten leven. Zijn oog ging er voor open, dat de kerk, in haar semi-pelagianisme verzonken, het licht op den kandelaar onder den korenmaat had gezet. Zoo moest ze, rondtastend in hel, half duister, haars ondanks, op doolwegen o-eraken. De blijde, ziel verkwikkende ervaring der volle genade kon haar deel niet meer zijn. Ze was krank, met een krankheid, die ten doode kon voeren, en geen heiliger plicht kon dus den trouwen zoon der kerk van Godswege op het harte zijn gebonden, dan de oogen dêr Christenheid voor zoo bedenkelijke dwaling te openen. Na Augustinus was er geen grooter kerkvader dan de zoon van Monica opgestaan. Naar Augustinus derhalve moest de kerk terug, Gottschalks levenstaak was hiermee aangewezen. Hij voelde zich van Godswege geroepen, om de arme afgedoolde kerk het half geals

oog weer te doen opengaan. Nauwelijks echter bespeurde Kabanus Maurus, dat zijn vroegere kloosterling dit van zijn zienswijs afwijkend gevoelen ook naar buiten verbreiden liet, of hij besloot zich met al de kracht zijner persoonlijkheid en al den invloed van zijn wijd gevierden naam, tegen den monnik van Orbais te verzetten. Voor de Mainzer Synode van 848 gedagvaard, verscheen Gottschalk, om met de Schrift en Augustinus' werken de deugdelijkheid van zijn sloten

Maar niets baatte. Hij werd veroordeeld. van het Canoniek recht leverde men den veroordeelde aan Hincmar van Kheims over. Deze liet hem op een Svnode, door den landvorst saamgeroepen, te Chiersy in 853 nogmaals veroordeelen, en toen hij weigerde te herroepen, kwam het geeselkoord op zijn ontblooten rug neder tot het bloed er afdroop, en sloot Hincmar den dus mishandelden monnik levenslang in het klooster van Hautvillers op. Meer dan twintig jaar heeft hij in dien kerker gezucht en geleden, zonder een oogenblik aan zijn overtuiging ontrouw te worden. Meest uit de belijdenis, die men bestreed, putte Gottschalk de kracht, om de felheid te tarten, waarmee die belijdenis in zijn persoon vervolgd werd. Even onwrikbaar bleef hij in zijn ster vensure en sloeg elke verlokking tot Avijken met mannenmoed en Christelijke veerkracht standvastig af. Tegen hem vermochten zijn vervolgers niets, slechts streven te bepleiten.

Naar

eisch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 135

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's