Uit het Woord - pagina 17
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
13 in den vorm aan voedsel niet ongelijk, toe te werpen, en er zicli dan in te verlustigen, als men het vratig dier snorkend op het steentje aan zag schieten, om, merkend dat het bedrogen was, zich in woede om te keeren en het steentje uit zijn snuit weg te blazen? Verklaart dit het beeld niet, hier door Jezus gebezigd? Voor den Farizeër is de „schare die de wet niet kent" een onlosgaat,
kleine
steentjes,
massa, die de erve der vaderen ontwijdt. Ze kunnen in hun hooghartig gevoel den lust niet weerstaan, om die zondaars en tollenaars, die in hun schatting met het zwijn gelijk staan, op hun wijs te tergen en te sarren. Ze werpen hun daarom toe, wat den schijn van voedsel voor hun ziel heeft, maar niets dan de versteening der waarachtige zielespij s is, en waarop de teleurgestelde schare zich de tanden stomp bijt. Dan klaarde het gelaat van den Parizeer op, als zoo den onreine zijn geestelijke onmacht en onheiligheid bitter hij
heilige
ze als zwijnen en wierpen hun plagend het onverstaanbare, het versteende toe. En nu, ziehier de ironie! dat dorst men te doen met wat men zelf voor „peerlen" hield en waarmee de kroon hunner eere moest schitteren.
had doen gevoelen. Ze achtten
IV.
UITVERKOREN EN DAAROM NEDERIG. Alle staat,
tong, die in het gericht tegen u opzult gij verdoemen. Dit is de erve
der knechten des Heeren.
Den nederige
Is
het
grijpen
der
beeldspraak
in
Jesaja 54 geeft Hij genade. 1 Petr. 5
Jezus'
:
7.
:
5.
woord ons gelukt; was
het heilige te grabbel wierp voor een door hem als „honden" verachte schare; en evenzoo de Schriftgeleerde in Israël, die tergend en uit geestelijke plaagzucht zijn^ peerlen den tollenaars toewierp, die als het zwijn onrein waren in zijn hoogdan kan ook de strekking van Jezus' uitspraak hartige schatting,
het
de
Parizeer,
die
feitelijk
—
niet langer verborgen blijven en ontplooit ze haar rijkdom vanzelf. De Parizeen waren menschen. Dit vergete men toch niet. als wij. Met een hart als het onze. Met een innerlijk zielsleven niet anders dan het onze besnaard. De waan moet afgelegd, alsof in het ras der Parizeen ons een menschengroep van anderen oorsprong, van afwijkende bewerktuiging
Menschen
en van ongewoon duivelschen aard voor oogen
treedt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's