Uit het Woord - pagina 232
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
328 YII.
»>
MENSCH" EN „WERELD. Mijn vleesch, hetwelk het leven der wereld.
Ik geven zal voor Joh. 6 51b. :
Het Hoofd der Gemeente was Davvliet, wijl Hij naar den vleesche den zade Davids was; Judeër, wijl Hij de leeuw was uit Juda's stam; Israëlirf, want Hij is door de besnijdenis ten achtsten dage beteekend als lid van het volk der verkiezing; zoo ge wilt, Semiet, want uit Sems tente kwam het geslacht voort, waaruit Hij sproot; maar onder dit alles was Hij meer nog, Hij was ook mensch; dies heet Hij bij uitnemendheid ,,de mensck Christus Jezus" en noemt Hij zichzelven bij voorkeur „de Zoon van den mensch.'' uit
Wat is hieronder te verstaan? Telkens w^ordt ons in de Evangeliën gezegd, dat Jezus aan de wereld toebehoort; dat God alzoo lief de wereld heeft gehad, dat Hij ons den Middelaar schonk; dat Christus zichzelven geeft voor het leven der ivereld ; dat Hij het Lam Gods is, dat de zonde der wereld wegneemt; dat Hij een verzoening is voor de zonde der geheele wereld; dat Hij is het Licht der wereld ; dat Hij is de Zaligmaker der wereld voeg er bij, dat de wereld g^ooven moet, dat Christus door den "Vader gezonden
is.
Oppervlakkigheid meende, dat de zin dezer woorden verklaard was, indien men besliste, of onder deze uitdrukking „de wereld" alle menschen zonder onderscheid, of alleen de uitverkorenen onder de menschen te verstaan waren. En al naar gelang men tot deze of gene zienswijs overhelde, achtte men in deze Schriftuitspraken een stellig bewijs voor de algemeenheid der verzoening te bezitten, of wel tot de verklaring genoopt te zijn: de wereld beteekent: de uitverkorenen
en volkeren. een noch het ander peilt de diepe gedachte, die in dit woord „wereld" besloten ligt. Als een leger, door den vijand omsingeld en benard, zich een oogenblik verloren waande, maar door het beleid, den moed en de onverschrokkenheid van zijn veldheer gered wordt, dan is het leger gered ook al liet het de helft zijner manschappen op het slagveld, dan zijn de bataillons gered, ook al slonken sommige tot een twintigtal krijgers weg, en dan komt het niemand in den zin de vraag
uit alle natiën
Noch
het
leyer behouden, wil dat zeggen, alle soldaten die het leger saamstelden, of wel alle soldaten die er het leven afbrachten; dan weet men dat het leger gered is, indien, afgezien van het lot
te
stellen:
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's