Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 165

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 165

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

2 minuten leestijd

161 zoeken van die oorzaak in het geschapene en dus buiten God. Dit kan niet. De bepaling van mijn zijn en levenslot kan, zoolang ik nog aan een God geloove, niet anders liggen dan in Hem. Alleen de wetenschap dat ze in Hem ligt, geeft rust, biedt troost, wekt kracht. Hieruit echter volgt dan ook, dat ik bij de aanwijzing der oorzaak heb te blijven staan, en mij van haar ontleding met eerbiedige vreeze verre heb te houden. „Ik ben een God die Mij verborgen houdt," spreekt de Heere bij Jeremia. Dit geldt niet van zijn deugden en eigenschappen. Die openbaart Hij. Maar wel geldt het van de hoogheerlijke gesteldheid van zijn volzalig Wezen. Dat openbaart Hij niet. Dat uit dien hoofde alle stem uit de diepte en alle stem uit het onherboren hart tegen de A^erkiezing inroept, is natuurlijk, en slechts twee dingen hebben kracht om ze nochtans onloochenbaar voor ons te maken: De feiten van het Leven, en de uitspraken van het Woord. Bij het sterven blijkt dat het leven tweeërlei vrucht kan dragen en van wie de botste zelfs tast, dat ze feitelijk draagt. Er sterven er, wegsluipen in donkerheid en nacht. Maar er sterven er ook, wie het licht uit hooger zalen reeds speelt om het matte oog. Dat feit neemt ge niet weg. En evenzoo. Mits ge de Schrift neemt gelijk ze daar ligt, in haar geheelheid, in haar samenhang, onvervalscht en onbedorven, dan spreekt ze, zeer zeker, van veel dat voor ons bewustzijn de Verkiezing weerspreekt, maar toch van de Uitverkiezing óók. Dit is evenzeer een feit, dat met geen loochenen weggaat. De vraag is slechts hoe dat dubbele feit zich in het Leven en het Woord voor ons teekent. .

:

IX.

BEGENADIGDEN EN ONBEGENADIGDEN. Vrees niet gij klein kuddeke, want het is des Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven. Luk. 12 32. :

w

uitverkiezing niet in het natuurlijk maar in het dient ook te dezen opzichte allereerst uit de feiten aangetoond, dat er verschijnselen zijn, buiten uitverkiezing volstrekt onverklaarbaar. Dat er een scherpgeteekend onderscheid tusschen geloovigen en ongeloovigen bestaat, behoeft niet uit de Schrift geleerd, maar toont het leven. Hiermee is volstrekt niet beweerd, dat men met volle

Thans

tot

de

geestelijk leven overgaande,

11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's