Uit het Woord - pagina 30
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
26 tot ernst. Niet dagelijks, meest' slechts wekelijks gaat men naar het bedehuis op. Niet alzoo in ons huiselijk leven. Daar leven we bij den dag. En elke dag brengt ons een zes- a achttal gelegenheden, waarbij het gebed den Christen als regel geldt. Hij bidt bij zijn ontwaken en eer hij insluimert, en evenzoo opent en sluit hij elk der drie samenkomsten om den huiselijken disch met aanroeping van den Naam des Heeren. Wat veelheid des gebcds, en uit even dezelfde oorzaak wat dreigend gevaar tot gebedsont wij ding! Yoeg daarbij de ongewijde stemming van den levenskring, waarin men tot zulk bidden vaak geroepen wordt. ]\Iidden uit zijn arbeid; even het gesprek gestaakt, om het na het Amen weer op te vatten; de gejaagdheid des levens nopend tot haast en ijle; drang om even tusschen het luiden der schel een oogenblik voor het bidden waar te nemen; aller hoofd en hart vaak met vooruitberekening van den straks wachtenden plicht vervuld de kinderkens in hun onwetendheid door gelach of gegil de stilte vaak storend, zeg zelf, is het niet of er vaak een samenspanning tegen het gezin in het gezin is, om het verheffen des harten tot God te beletten? Geen wonder dat dit „bidden aan tafel" dan ook meer dan eenig ander gebed op huiveringwekkende wijs in ij delen vorm en onheilige gewoontewet ontaard is. Hetzij dat dit bidden zacht toeging, zoodat elk voor zichzelf bad, hetzij dat de vader of moeder des gezins voorging, er is bijna geen huisgezin, waar men niet weet, dat dit gebed zoo zelden bidden is, een saam bidden van allen uit behoefte van het hart. Dan maar laten! is het vreugdegeroep der goddeloozen geweest, die onder den schijn van het gebed in eere te houden* er ons volk aan hebben ontwend. Waar zulk bidden zonde dreigt te worden, moet niet het g('hed, maar de zot^de wijken, en elk Christen-gezin moet, van dit dreigend gevaar doordrongen, met den ernst des geloofs er tegen worstelen, tot het gebed hun een macht worde en heel den gang beheersche ;
—
van het gezin.
Men
zie toe.
De
godsdienstige opvoeding der kinderen is de teederste. Meer nog dan in opzettelijk vermaan, moet ze in de practijk des gebed is godsdienstigen levens liggen. Maar vergeet het niet. als het vuur koestert het niet dan zengt het en menig ouderpaar heeft de kinderziel in haar teederste vezelen verwoest, door ze gestadig met een onwezenlijk gebed te zengen. Vooral tegen lang bidden dient bij het gebed aan tafel gewaakt.
Uw
:
Het hardop moet stellig,
Ook
:
der kleinen door het gebed der ouderen heen oneerbiedig en zielstorend gemeden. op vergaderingen zie men toe.
bidden
als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's