Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 66

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 66

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

62 komst, toch moet nu reeds op aarde zulk een vervan dit Koninkrijk aanwijsbaar zijn, dat wat eens komt met den jongsten dag, in het bestaande geworteld zal blijken. Er kan noch mag derhalve sprake zijn van een „op zichzelf staan," een drijven op eigen wieken, een in geestdrijverij zich van allen afzonderen. Men heeft met den Christus niet van doen, tenzij men een Rijk wille, een Rijk zoeke, en zich bewust zij door oorsprong en bestemming tot een Rijk te behooren. Niet om een afgetrokken begrip van „zaligheid," niet om overspannen idealen van heilige vreugde, niet om een veilig toevluchtsoord aan gindsche kusten^ gaat de wedloop, maar om den ingain/ in het Koninkrijk. Niet als bedoelde de Schrift met dat Koninkrijk slechts een welgekozen vorm, een geschikt hreld om ons de zaligheid voor te stellen. Yerre van dien. Het „Koninkrijk" is nabij gekomen, dan is hiermee verklaard, dat dit Koninkrijk het eigenlijke, het wezenlijke, het voltooide is van wat 's menschen hart ooit als zalig zich gedroomd kon hebben. Dan ligt hierin uitgesproken, dat er geen andere zaligheid, dan in den vorm van het Koninkrijk denkbaar is; Koninkrijk even vast bij ons behoort als wij voor dat dat dat Koninkrijk geschapen zijn; dat slechts voorsmaak, nog niet het wezen der zaligheid ervaren wordt, zoolang men in dat Koninkrijk niet inging, en dat derhalve in dit schijnbaar toekomstige beeld het alles afdoend karakter geteekend ligt. waarin voor alle heil en heerlijkheid het pit schuilt en het kenmerk. Dit leidt vanzelf tot de Gemeentp. De Gemei'nte is de openbaarwording van het Rijk van Christus op aarde. Ze vormt den grondtrek voor geheel het Christendom in zijn 's

Heeren tweede

schijning

levensontplooiing voor deze bedeeling. Aan de G(nneente hangt het al. De Gemeente is de gemeenschap van mensch en mensch, voor zoover ze in Christus vereenigd zijn. Het tegenovergestelde van het „op zichzelf staan." De niet door menschen gestichte, maar uit Christus

gewrochte eenheid zi.jner belijders. Op haar wijst de Heer daarom onmiddellijk, zoodra er sprake komt van de Sleutelen des Hemelrijks. „O/; n zal ik mijn Gnneente houwen.'''' Ze zal niet uit zichzelve ontstaan, niet vrucht van menschelijk Hij zal ze bouwen, tot ze overleg of willekeur des geloofs zijn. optrekking der muren, vastgrondslagen, der voleind zij. Legging al wat gevelspits, kortom, tot hét houicen en hechting van kroonlijst gaat het uit. Hij doet het. zijn, van Hem voltooid behoort, zal de bouw een bekeerd doordat hier en ginds niet ontstaat Een Gemeente zich saam te voegen. eenlingen goedvinden die wordt tot het geloof en noch vereeniging vennootschap, geen noch genootschap, Ze is geen Gemeente is een dezer woorden. De zin gangbaren verbond, in den kunstwerk ran Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's