Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 226

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 226

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

222 een zucht, om zich in het afgetrokken denkbeeld van de Godheid des Zoons op te sluiten, maar steeds een aanvaarden van den Middelaar, die ons in den mensch Christus Jezus gegeven is, om daarna die menschelijke natuur des Heeren te vergoden. Nu spreekt het vanzelf, dat dit er noodzakelijk toe leidt, om de menschelijke eigenschappen van 's Heeren menschelijke natuur te doen verdwijnen, en er goddelijke eigenschappen voor in de plaats te doen treden, en in zoover is het verwijt, dat men 's Heeren menschheid te kort doet, alleszins juist. Maar niettemin blijft het vaststaan, dat de dwaling niet ligt in een uitsluitend belijden van Jezus' Godheid, maar veeleer in een toekennen van Goddelijke eigenschappen aan Jezus' menschelijke natuur. De mensch Jezus Christus is ook zeer zekerlijk en ongetwijfeld God te prijzen in der eeuwigheid, maar Hij is dit niet als mensch, niet krachtens zijn menschheid, niet omdat Hij mensch werd, maar daarom wijl Hij, die God van eeuwigheid was, de menschelijke

natuur heeft aangenomen. Uit dien hoofde leerden onze vaderen volkomen juist, dat men wel Christus als den Zone Gods aanbidden mocht, maar niet den mensch Christus Jezus.

Waaruit ontstond nu deze dwaling? hoogste Wezen te leeren kennen door inwoning des Heiligen Geestes, krachtens de verwantschap die in de schepping tusscheu God en mensch gelegd is. Hij schiep ons naar zijn beeld. We zijn van Gods geslachte. Onze roeping is „der goddelijke natuur deelachtig te 's

in

Menschen bestemming

den

mensch,

d.

w.

z.

is,

in

het

zichzelf,

worden." Na de scheuring, die de zonde bracht, moet dus wel de zucht geboren worden, om in het menschelijke zelf God te zoeken. „Gij zult als God zijn!" was de verleidende taal van den verleider. Een dubbel streven werd hierdoor in den mensch geboren. Het zondige streven, om zichzelf te vergoden, èn het goede streven, om niet te rusten, eer God weer in den mensch gekend was. Het ééne is de heidensche, het andere de heilige trek onzer natuur. De eerste moet geoordeeld en gestraft, de andere bevredigd en verzadigd worden. Nu poogt de mensch zelf die bevrediging te vinden, door het menschelijke te vergoden, en bemerkt niet dat die bevrediging slechts schijn is, terwijl ongemerkt de hoovaardij geprikkeld wordt. Dat is de droeve geschiedenis der heidenwereld, het zondige in Homes streven, het verfoeielijke in de zelfaanbidding onzer eeuw, maar ook het bedenkelijke in veler beschouwing van de heiligen des Ouden Yerbonds, ja zelfs het onware dat zich mengt in veler aanbidding van den Christus. Daartegenover staat de majestueuse wijs, waarop God zelf aan deze behoefte van het hart bevrediging schenkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 226

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's