Uit het Woord - pagina 226
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
222 een zucht, om zich in het afgetrokken denkbeeld van de Godheid des Zoons op te sluiten, maar steeds een aanvaarden van den Middelaar, die ons in den mensch Christus Jezus gegeven is, om daarna die menschelijke natuur des Heeren te vergoden. Nu spreekt het vanzelf, dat dit er noodzakelijk toe leidt, om de menschelijke eigenschappen van 's Heeren menschelijke natuur te doen verdwijnen, en er goddelijke eigenschappen voor in de plaats te doen treden, en in zoover is het verwijt, dat men 's Heeren menschheid te kort doet, alleszins juist. Maar niettemin blijft het vaststaan, dat de dwaling niet ligt in een uitsluitend belijden van Jezus' Godheid, maar veeleer in een toekennen van Goddelijke eigenschappen aan Jezus' menschelijke natuur. De mensch Jezus Christus is ook zeer zekerlijk en ongetwijfeld God te prijzen in der eeuwigheid, maar Hij is dit niet als mensch, niet krachtens zijn menschheid, niet omdat Hij mensch werd, maar daarom wijl Hij, die God van eeuwigheid was, de menschelijke
natuur heeft aangenomen. Uit dien hoofde leerden onze vaderen volkomen juist, dat men wel Christus als den Zone Gods aanbidden mocht, maar niet den mensch Christus Jezus.
Waaruit ontstond nu deze dwaling? hoogste Wezen te leeren kennen door inwoning des Heiligen Geestes, krachtens de verwantschap die in de schepping tusscheu God en mensch gelegd is. Hij schiep ons naar zijn beeld. We zijn van Gods geslachte. Onze roeping is „der goddelijke natuur deelachtig te 's
in
Menschen bestemming
den
mensch,
d.
w.
z.
is,
in
het
zichzelf,
worden." Na de scheuring, die de zonde bracht, moet dus wel de zucht geboren worden, om in het menschelijke zelf God te zoeken. „Gij zult als God zijn!" was de verleidende taal van den verleider. Een dubbel streven werd hierdoor in den mensch geboren. Het zondige streven, om zichzelf te vergoden, èn het goede streven, om niet te rusten, eer God weer in den mensch gekend was. Het ééne is de heidensche, het andere de heilige trek onzer natuur. De eerste moet geoordeeld en gestraft, de andere bevredigd en verzadigd worden. Nu poogt de mensch zelf die bevrediging te vinden, door het menschelijke te vergoden, en bemerkt niet dat die bevrediging slechts schijn is, terwijl ongemerkt de hoovaardij geprikkeld wordt. Dat is de droeve geschiedenis der heidenwereld, het zondige in Homes streven, het verfoeielijke in de zelfaanbidding onzer eeuw, maar ook het bedenkelijke in veler beschouwing van de heiligen des Ouden Yerbonds, ja zelfs het onware dat zich mengt in veler aanbidding van den Christus. Daartegenover staat de majestueuse wijs, waarop God zelf aan deze behoefte van het hart bevrediging schenkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's