Uit het Woord - pagina 40
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
het Evangelie gepredikt wordt, dien verzwaart het nooit het oordeel, daar zonder deze prediking hem toch het oordeel in zijn volstrekte zwaarte treffen zou. Staat de zaak des Evangelies nu zóó, dat het nooit iemands oordeel verzwaren kan, terwijl altijd de mogelijkheid blijft, dat het wekstem ter bekeering worde, dan spreekt het vanzelf, dat alle schuchterheid in de prediking des Evangelies misplaatst zou zijn, en zonder verdere schifting elke prediking van het heilige plichtmatig en goed is. Daarentegen, is dit niet zoo, blijkt dit uitgangspunt onhoudbaar, spreekt de H. Schrift, spreekt de Zone Gods zelf uitdrukkelijk van een crrzirarlny des oordeels, dan spreekt het evenzeer vanzelf, dat
een prediking des Evangelies, die zeer zeker baten, maar ook schaden kan, aan de keuring des geestes behoort onderworpen te zijn en dient te rekenen met den eisch der erbarming en der liefde. Moet op grond van Gods Woord aangenomen, dat de prediking van den Christus voor duizenden bij duizenden verharding, verzwaring, verergering van hun eeuwig lot veroorzaakt, dan heb ik, krachtens den eisch der ontferming, den plicht en de roeping van Godswege, om wel te weten, of ik voor iemand oorzaak van verzwaring zijns oordeels worden wil.
wordt niet beweerd, dat hierom de prediking des Evanmoet beperkt worden. Jesaia en Jeremia hebben uitdrukkelijk bevel van 's Heeren wege ontvangen, om een Evangelie te prediken, waarvan vooruit gezegd was, dat het niet zou worden aangenomen, maar strekken zou ter verzwaring van 's volks oordeel. De Christus zelf is in de wereld gekomen, wetende dat Hij voor velen „ten val" zou zijn, en zijn Apostelen hebben zijn kruis den volkeren verkondigd, al wisten ze dat dit woord voor velen „een reuke des doods ten doode" moest worden. De eisch, dat men de lippen bewimpelen en van het Evangelie zwijgen zal, mag dus door niemand worden gesteld. Slechts dit dunkt ons door eerbied voor het heilige en door liefde voor den naaste beide geëischt, dat men met zulk een vuur, dat zeker koesteren, maar ook zengen, dat louteren, maar ook verteren kan, niet argeloos en onnadenkend spele. Slechts dit eischt de Heere, dat wie, op w^elk terrein ook, prediker van den Christus wordt, inzie en erkenne, dat dit eigen woord, door hem te spreken, in den dag des oordeels verzwaring voor den rampOnzerzijds
gelies angstvallig
zalige
brengen kan.
Een gesproken woord
is
niet
maar een klank, maar een
kracht, en
in den dag des oordeels de verlorenen klagen zullen, dat ze den Christus niet gekend hebben, dan zal het door .u gesproken woord als getuigenis tegen hen worden opgeroepen, om ze van schuld, ook tegenover den Christus, te overtuigen. als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's