Uit het Woord - pagina 233
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
3^9 der enkele manschappen, het vaandel, de
staf,
het kader, dat wat een
behouden uit den strijd kwam. Al is in den tachtigjarigen oorlog zelfs het grooter deel der zeventien vereende gewesten en juist dat deel, waar de Hervorming het eerst doorbrak, van ons vaderland afgescheurd, toch aarzelt niemand Willem den Zwijger „Vader des Vaderlands" te noemen, omdat hij de kern van ons nationale leven, dat wat ons volk tot een volk, ons leger maakt,
land tot een vrije erve maakt, heeft gered. Komt derhalve de Schrift met de verklaring, dat Jezus de Behouder der wereld is, dan eischt de gezonde taaiopvatting, die opvatting welke op elk ander terrein geldt en alleen recht van bestaan heeft, dat we Hem als Eedder, Behouder, Zaligmaker der wereld eeren, ook al blijkt later een deel dat tot haar behoorde afgescheurd, ook al bleek ons dat een deel van haar bewoners niet gered, maar verloren zijn. De vraag waarop het aankomt is maar, of behouden werd wat de wereld tot wereld maakt, gered dat kunstig bewerktuigd geheel, dat God in deze wereld geschapen heeft. Kedder der wereld is niet wie elk harer deelen behoudt, maar wie haar geestelijke kern, die voor haar leven en weer opbloeien onmisbaar is, aan het verderf onttrekt. Voor het leven der wereld geeft Jezus zichzelven: dat „leven der wereld" scheen verloren; Hij doet het weer opleven, en redt het door datgeen in deze wereld te redden, waaraan haar leven hangt, dat voor haar leven beslist, voor dat leven onmisbaar is, haar leven uitmaakt. Langs twee wegen is aanwijsbaar wat hiermee is bedoeld. Vooreerst, indien men een oogenblik onderscheid weet te maken tusschen het leven van onzen eigen persoon en het leven dat we met anderen gemeen hebben. Ieder gevormd karakter, ieder mensch die tot jaren van onderscheid is gekomen, heeft een persoonlijk leven voor zichzelf. Bij velen moge dat zeer arm, slechts bij enkelen rijk zijn, toch is het aller deel. Men heeft aandoeningen en gewaarwordingen, die men alle zelf ondervindt en aan niemand meedeelt. Br wenschen die niemand met zijn belangen die alleen ons zelf raken: ons koestert zielservaringen waarvan niemand buiten ons weet overleggingen, plannen, voornemens die we aan niemand mededeelden; er is een vreugd die we alleen voor onszelf genieten; een leed dat we alleen zelf doorworstelen; er is ook een schuld, een zonde die in haar diepte en ware geaardheid alleen door onszelf wordt gevoeld. Dit noemen we ons persoonlijk leven. Maar daarin gaat ons leven niet op. Er is in ons leven meel*. We zijn geboren en opgegroeid in een gezin. Daaruit zijn banden ontstaan, die ons aan onzen vader en onze moeder, aan broeders en zusters verbinden. Of ook we hebben, dat gezin uitgetreden, zelf een gezin gevormd en daardoor de betrekking doen ontstaan tusschen man en vronw en tusschen hen en hun kinderen. Welnu, er is een deel van ons leven, dat we met en in dat gezin doorleven, vreugd :
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's