Uit het Woord - pagina 54
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
50 zijns
de
Gods.
Van
Hemelburcht
dit
middelpunt
begrensd.
Hij
straalt
heeft
de macht
uit,
zijn toesluiting
maar toch
blijft
en ontsluiting.
een heilige grens, die aanwijst waar hij niet is. Daar binnen is de heilige plaats van 's Heeren machtigste en meest doordringende en sterkst uitstroomende tegenwoordigheid, en om zijn troon is tevens de schatkamer des ganschen rijks, waarin opgetast liggen alle schatten der gerechtigheid, der genade, des heils en der heerlijkheid, de buit van den vijand en de cijns der onderworpenen, de offergave der toewijding en de hulde der aanbidding. Aan die schatkamer paart zich ook voor dien Hemelburcht het arsenaal der geestelijke krachten. Ook in dit rijk moet elk middel ter verweer uit den koninklijken burcht gehaald. Hij is ons schild en ons rondas, de goede en nietgiftige pijlen komen in onzen pijlkoker van boven. Yandaar dat ook deze burcht een omheining, een omwalling en omschansing heeft, dat hij ommuurd en bevestigd is. Ook de Koning der koningen is bedekt voor den schaamteloozen blik van den indringer. Ook de schat des hemels ligt niet ten roof bereid. Ook aan het geestelijk wapentuig mag de hand niet geslagen, tenzij krijgseed van trouwe ons aan den
Er
is
Koning van het Godsrijk
verbindt.
Hieruit vloeit van zelf voort, dat ook de toegang tot den rijkszetel van dit koninklijk gebied des hemels niet openligt voor den inbreker, maar slechts gevonden wordt door de poorte, en dat die poorte wederom zich niet ontsluit dan voor de mysterieuze macht der Sleutelen.
.
ook in 't Godsrijk toebetrouwd aan Eén die boven is door den Koning over heel zijn huis is gesteld, die koninklijke macht als Hij bezit, ook den volke met Hem ten Vader wil zijn, en naar het beeld in Uzzia's dagen zelf is 's Konings eigen Zoon Dien Zoon is gegeven de „sleutel" van het burchtslot, dat ook hier met den naam van „Huis Davids" bestempeld wordt. Niets komt uit dat huis en niets genaakt er toe, dan door zijn toelating of wering. Geen schat der genade, die ons toevloeit, of Hij liet ze door. Geen bescherming die ons deel werd, of Hij opende ons de deuren van het arsenaal daar boven. Geen zalige toegang en ontmoeting in den gebede, of Hij was het die ontsloot. Maar zoo dan ook, geen ingaan eens in heerlijkheid, of de sleutelmacht des Zoons geen dolen in eeuwig verderf of er is gesloten heeft ontsloten, door Hem. Naar de „sleutelen" noemt Hij zelf die ontzettende, die zaligende, maar ook verpletterende macht. Geen grendel, geen klink, geen slagbout wordt geteekend, maar alleen de afsluiting door de sleutelen. De sleutelen, dat zijn de middelen, die met de minste inspanning de sterkste macht werken. De sluitingswij s waarbij 's menschcn hand het minst, zijn rede het krachtigst werkt. De manier van sluiten en openen, die den mensch het meest als mensch, in zijn geestelijke
Die
alles
macht
is,
die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's