Uit het Woord - pagina 124
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
120 beurtelings op een ander stuk der waarheid meer den nadruk meer tot het mystieke of tot het werkdadige leven zullen getrokken achten, en naar het verschil der ordineering Gods een andere roeping zullen gevoelen tegenover de nooden der tijden en de worsteling van het eigen hart. Ook daarbij behoort het gelijksoortige te worden saamgevoegd en in die gelijksoortige levensopvatting dat
ze
zullen leggen, zich
en gelijksoortige genadeleiding het aanzijn te geven aan engere kringen van Christenbroeders en Christenzusters, die in elkanders bijzijn en omgang meer wasdom in Christus zoeken. Ook op dit punt is oQze Gereformeerde Kerk het veelzij digst in haar ontwikkeling geweest. Het Conventikelwezen, of, gelijk ons volk het noemt, „de Oefeningsn" zijn in alle Hervormde landen inheemsch en werden in de „Collegia pietatis" van Spener eerst als uitheemsche plant op Lutherschen bodem overgeplant. Toch mag niet verheeld worden, dat dit Oefeniagswezen maar al te spoedig in Labadistischen zin ontaard is, door niet een schakel in het Gemeenteleven te willen zijn, maar zich voor dat Gemeenteleven in de plaats te stellen. Beide, Gemeente en Conveniikel, hebben ten dezen opzichte schuld. De Gemeente heeft gemeend het Conventikel te kunnen missen, d. i. men heeft den boom en de vrucht willen behouden, maar de takken weggesneden. En omgekeerd, het Conventikel heeft de Gemeente willen remplaceeren, en tak willen blijven, ook na uitroeiing van den stam. Beider kwijning was hiervan het gevolg. De Gemeente, van de voedende levensbeweging der Conventikels verstoken, ging lijden aan geestelijke armbloedigheid. En het Conventikel, aan zijn goddelijke roeping ontvallen, is veelszins kweekplaats van ziekelijke mystiek geworden in stee van trachtigen hefboom ter verheffing van het geestelijk leven. Slechts een oogenblik heeft men in Engeland getracht het Conventikel te hervormen. Men kent de pogingen van Wesley daartoe, met zijn broederschappen van wederzijdsche tucht. Toch mislukte dit pogen, daar de alles reglementeerende geest van het Methodisrae te „quUe English'^ was om in echten zin Christelijk te wezen. Herstel der Conventikels, der Oefeningen, der Christelijke vriendenkringen vragen we dus onvoorwaardelijk, mits in het groot verband der Gemeente opgenomen en niet haar verdringend, mits natuurlijk geworden en niet kunstmatig saamgevoegd, mits bovenal wederzijdsche tucht over elkanders wandel en belijden, over elkanders karakter en genadeleven daarbij hoofddoel zij. Eerst zoo deze tucht in het huisgezin en in het Christelijke Conventikel bloeit, kan er van afdoende tucht en uitoefening der Sleutelmacht in de Gemeente, zonder verkorting der Christelijke :
vrijheid, sprake zijn.
De andere
lijn,
Kerke Christi moet worden aangeduid.
die van de enkele leiden,
kan hier
Gemeente naar de eenheid der slechts met één enkel woord
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's