Uit het Woord - pagina 111
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
107 Geest komen, den Vader.
ambten
de
Spreekt het nu met de gaven in
van
den
Christus
vanzelf, dat evenzeer de
en
de werkingen van
ambten als de werkingen dan moet men van
onafscheidelijk verband staan,
tweeën één doen of belijden, dat de Heilige Geest de gaven schikt naar de ambten die Hij door den Zoon ziet verleenen, en evenzoo de Zoon de ambten toebedeelt naar werkingen, die door den Yader in het schepsel gelegd zijn, of, druischt zulk een ongoddelijk meten en plooien tegen uw vroomheidsgevoel in, dan rest ook niet anders, dan te erkennen dat gaven, ambten en werkingen weêrkeerig op elkaar zijn aangelegd, van meetaf voor elkaêr berekend en, slechts ten gevolge der zonde, die disharmonie vertoonen kunnen, die ons zoo vaak een klacht op de lippen brengt. Er moet voor elke geestelijke kracht een eeuwige oorsprong zijn aan te wijzen in het bewuste leven Gods, dat is in zijn eeuwige verkiezing; en wijl die verkiezing geen willekeur, maar uiting van het wezen Gods is, kan men haar nooit van harte belijden, tenzij men in het eeuwig Wezen de wezenseenheid van Yader, Zoon en Geest erkend heeft. Dan mogen hun eigenschappen en werkingen onderscheiden zijn, naar elks persoons, toch blijft dan in het Wezen Gods de eeuwige eenheid gegeven, die de eindelij ke harmonie, ook van de gaven, ambten en werkingen in de Gemeente, waarborgt. Langs twee wegen komt der Kerke Christi dus uit eenzelfde bron de kracht en het leven toe. Vooreerst door de Gemeente in haar geheel, als van God verordend middel om ook den enkele weder te baren. En ten tweede door de wedergeboorte van den enkele, die nooit de daad der Gemeente is, maar het eigen werk blijft van den Hei:
ligen Geest.
De Gemeente is de bodem, waarin De enkele geloovige is de bloem,
het kind die
Gods
zal
ontluiken.
op dien bodem door den
Heiligen Geest gekweekt wordt. Evenals het nu in het rijk der planten is, zoo ook is het in het Koninkrijk Gods. Vooral bij fijnere plantgewassen is èn de bodem èn het bloemzaad uitverkoren. De fijnere gewassen bloeien niet in elke aarde, schieten niet op uit zwaren kleigrond of rullen zandbodem, maar eischen een eigenaardig, bijzonder toebereid terrein. Doch al bezit ge zulk een terrein, dan ontkiemen de planten nog niet van zelf uit den keurigen bodem. Door een tweede daad moet in dien bodem de door u ge-
kozen plant nog worden gezaaid. Niet anders nu is het op geestelijk gebied. Het kindschap Gods wordt niet gekweekt op elk terrein, niet in den onheiligen, ongewijden bodem der wereld, maar uitsluitend op dat hooge, uitnemende terrein, dat door den Heere bereid is in zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's