Uit het Woord - pagina 107
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
103 het gezag der Kerk tegen individueele willekeur verzonder met de uitverkiezing te rekenen. Verzwijging van dit leerstuk baat niet en wreekt zich. zelf. Wie het slechts van terzij bespreekt wondt zich aan de scherpte van dezen rotssteen, zonder verberging in zijn lendenen te vinden. Hoe ook gemeden, komt het toch zich zelf weer aandienen. Het is machtiger dan alle tegenzin van het menschelijk hart, en dwingt ten leste toch tot luisteren. In dagen van oppervlakkigen zin moge het zijn heilig gelaat schiichterlijk terugtrekken, zoo worden de diepten des levens niet door den krachtigen arm des Heeren weer omgewoeld, of ook dit leerstuk toont zich weer, eischt toestemming en heerscht. Slechts wachte men zic*h ook bij dit leerstuk voor misverstand. Er is een dubbele uitverkiezing. Er is een uitverkiezing van de Gemeente, en er is een uitverkiezing van de enkele geloovigen in de Gemeente. Beide behooren onderscheiden te worden naar de Schrift. Yan de eerste uitverkiezing is vooral sprake in de dagen des Ouden Yerbonds. Een volk wordt uitverkoren onder de volkeren, Israël is onder de natiën door God geroepen, door Hem ten leven verwekt, uit den Eotssteen des heils gegenereerd. In dat volk zijn ook de enkele heiligen, is een Samuël, een David, een Jeremia met name geroepen; maar ook afgezien van de bij menging der velen die van God verworpen zijn, blijft de uitverkiezing van het volk als volk ongeloof,
dedigen
't
zij
wil,
onveranderlijk.
Israël
moge
in zijn massaliteit vervallen tot afgoderij
en werelddienst en dientengevolge als zelfstandige natie ondergaan in de Babylonische gevangenschap, toch blijft de verkiezing van het volk hierdoor onaangetast. Een nieuw uitspruitsel komt aan den ouden stam, de volkskern keert uit Babel weder en Israël als volk blijft met Jehovahs gunst bestraald, tot het zich zelf voor een tijd afsnijdt in Golgotha's kruis. Toch wordt zelfs in dat kruis het volk Israël niet vernietigd. De roepingen Gods zijn onberouwelijk, en de Heilige Apostel getuigt nadrukkelijk, dat als de volheid der Heidenen zal zijn ingegaan, ook gansch Israël zalig zal worden. Deze volksverkiezing nu, die in het Oude Verbond zoo duidelijk van de uitverkiezing der enkele heiligen onderscheiden is, gaat met de komst van het Nieuwe Verbond allerminst te loor. Houdt men in het oog, dat de Apostolische brieven niet aan enkele geloovigen, maar aan de gemeenten gericht zijn, dan volgt reeds hieruit dat de stellige verklaringen in de brieven aan de Efeziërs en Eomeinen over de uitverkiezing op de Gemeente als geheel slaan. Maar zelfs hierbij behoeven we niet te blijven staan. Immers een der Apostelen verklaart met even dezelfde woorden dat ook de Gemeente des Nieuwen Verbonds een „uitverkoren volk is, een koninklijk priesterdom." Waarbij men nog voegen kan, dat ook de symbolische cijfers, waaronder in Johannes' Openbaring de Gemeente voor den troon wordt voorgesteld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's