Uit het Woord - pagina 172
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
168
Wie het ééne kiest, heeft in die keuze zelve reeds het andere vooru^erp verworpen. De geliefkoosde zegswijs, dat zelfs de Schrift reeds enkele uitingen bevat, die tot zoo schoone hoop recht schijnen te geven, is zelfbedrog. Enkele zwakke aanduidingen kunnen nooit de kracht hebben ter omverwerping van wat in zeer stellige bewoordingen, in kracht en kernachtige taal steeds en onveranderlijk wordt ja, uitgangspunt en onderstelling van alle openbaring zoo geheel de levensbeschouwing omkeercnd, zoo in gansch andere orde van dingen ons verplaatsend, zoo alle gangbare denkbeeld over geloof en zedelijkheid voor onware inbeelding verklarend, als de zaliging aller zielen zou zijn, mag niet op zwakke aanduiding rusten,
uitgesproken, is.
Een
maar
feit
aanwijzing en alle ondubbelzinnigheid het anders opvat moge duizendwerf de Schrift Gods openbaring noemen, toch is een standpunt het zijne, waarop men in de Schrift slechts een aanvang dier hoogere openbaring ziet, die, als vrucht der Avijsbegeerte, eerst in onze dagen haar hoogere schoonheid ontplooit. eischt
volstrekt
driedubbel
vaste
uitsluitend betoog.
Wie
Tan achter af te rekenen is het veiligst. Geve slechts ieder gemeentelid, elk dienaar der Kerk en elk dienaar der wetenschap zichzelven een beslist en stellig antwoord op de vraag: Is naar luid der sterft^ beslissend of niet? En al naar ook de geloofskracht en de invloed op de Gemeente zijn. Wie neen zegt, heeft daardoor met de Schrift als Schrift gebroken, voor vastheid zwakheid gekozen en de veer ontspannen die de veerkracht van zijn ernst in gestadige werking moest houden. Maar kan men zijns ondanks zich aan het toestemmend antwoord op die alles beslissende vraag niet onttrekken; heeft men in die bij uitnemendheid practische belijdenis voor eigen hart en huis, voor zijn lieven en dierbaren, voor ouden en jongen in de Gemeente, althans één vast, een onwrikbaar punt gevonden, dat door God gezet is en zich om onze bedenkingen even weinig bekreunt als de rots om het spatten der schuimende baren, zie dan slechts achteruit, van dat vaste punt terug, en ge aarzelt niet meer en dobbert niet meer, maar komt en moet komen tot de belijdenis der eeuwige verkiezing. Overgang tot die belijdenis vormt het karakter der liefde, dat door de Heilige Schrift onder toestemming van elk menschenhart als haar hoogste uiting geteekend wordt de vijandsliefde. De liefde is velerlei. Er is een liefhebben van wie u eerst minde, een weêrminnen van wie u liefde bewees. Er is ook een liefhebben van wien, al mint zijn hart u niet, de hand toch u ten goede was. Er is nog sterker liefde, die uitgaat naar den man, die u niet aantrekt, met wien ge niets van doen, van wien ge niets te hopen hebt. De liefde klimt nog in kracht, zoo ze u offers afvergt en door den onverschillige met koelheid en ondank bejegend wordt. Maar toch, volmaakt wordt die liefde eerst, dan eerst klimt ze tot haar hoogsten trap, tot een trap
Schrift de staat waarin gelang het w^oord is, zal
men
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's