Uit het Woord - pagina 22
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
En van
ging,
om
ook
het
schrilste
hoogmoed en nederigheid
niet
te
zoover, dat
verzwijgen, de wisseling regel, nederigop, dat de overgang uit
hoogmoed
heid slechts uitzondering bleek; merkte men hoogmoed in nederigheid nauwlijks pijnlijk aandeed; droeg de betoonde nederigheid geen kenmerk van uit oordeel over den hoogmoed geboren te zijn; bovenal, speelde beide soms dooreen, zoodat een hoogmoedige reuke in het vertoon van nederigheid onmiskenbaar dan ware alle grond aanwezig, om den wortel dier nederigwas, niet in God, maar in het booze hart te zoeken, de bron te verheid denken waaruit dit hooger leven voorgaf geweld te zijn, en hoogstens aan „een verlichting voor een tijd" te denken, waarbij het tot boete noch bekeering noch tot opstanding uit de diepte der zonde kwam. Voor verre het groote deel is deze worsteling een verborgen arbeid der ziel. Of het ons geschonken licht een voorwerp van zelfvernietigenden dank, of steunsel voor zelfverheffing in eigen schatting wordt, is alleen op den diepsten bodem der consciëntie te beslissen. In geen veel bezig doen op het terrein van Christelijke werkzaamheid kan die vraag gesmoord; in geen fel bewogen stroom des dwependen gevoels duikt ze onder; in geen som van veelheid des kenniese laat Welk talent ons ook zij toebetrouwd, langs wat ze zich oplossen weg de goede Herder ons ook in den doolhof des Christelijken levens voortleide, de band onzer ziel met den Drièëenige blijft voor elk hart de hoofdvraag, en uit niets zoozeer als uit de worsteling van den nederige en hooghartige in ons, wordt het antwoord op die vraag voor het eigen hart gekend. Toch treedt die vraag ook naar buiten. Het leven der ziel, hoe teeder ook, mag zich niet opsluiten. Gode behoort het toe, niet ons. Het talent mag niet begraven. Het licht in u moet schijnen. Ook aan de plante uwer ziel moet het zaad voor nieuwe kiem gewonnen, waarop de omgeploegde vore reeds wacht. Intiem, intiemer dan iets, is het heilgeheim Gods met uw ziel. Maar toch, die intimiteit mag tot geen sluiten van de vensterluiken, tot geen versperren van den stroom des hoogeren levens, tot geen toeklemmen der lippen verleiden. ^^Het licht moet schijnen, de stroom vloeien, de lippen spreken. Een in zichzelf opgesloten Christen is een ondenkbaar figuur. De paradijswet aan den van God geschapen mensch geldt ook voor het nieuwe schepsel in het Godsrijk, 's Heeren Koninkrijk is een rijk naar 'smenschen aard, gebouwd op de ordeningen door den e n s c h e nkinderen gegeven Schepper zelf voor de wereld zijner Ook in zijn herstelden stand, ook op de erve des nieuwen Koninkrijks, geldt dan de goddelijke regel: „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de aarde en beheerscht haar." Afgesneden is hiermee de zoo vaak gehoorde tegenwerping, alsof het openbaren van eigen zielsgcheim op zichzelf reeds ontwijding
—
!
m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's