Uit het Woord - pagina 74
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
70 op het beslissend advies door de Apostelen en de Ouderlingen uit te brengen. Dit advies komt ten laatste en wordt bij monde van Petrus en Jacobus aan de verzamelde menigte meegedeeld. Petrus spreekt eerst. Ziedaar zijn voorrang, zijn primaat. Hij is aller tolk en woordvoerder, de man van het initiatief, wel ter tale en door zijn indrukwekkende figuur eerbied afdwingende. Toch ontleent hij het recht tot spreken ditmaal niet aan den voorrang, waarvan sprake is, maar aan het wondere visioen hem naar luid van Hand. 10 te beurt gevallen: „Gij weet dat onder ons God van over langen tijd mij verkoren heeft, dat de heidenen doormijnen mond het Evangelie zouden hooren en gelooven." De verzamelde Gemeente zwijgt hierop. Dit sluit in, dat de leden der Gemeente hadden kunnen spreken. Yan een gewone godsdienstoefening zal niemand melden: „En al de menigte zweeg stil." Zulk een bijvoeging zou gezonden zin missen, tenzij de mogelijkheid van het tegendeel wordt ondersteld. Daarop ontvangt niet slechts Paulus, maar ook Barnahas het woord, om ter winning van de Gemeente voor Petrus' advies, „te verhalen wat groote dingen God door hen onder de heidenen gedaan had." En nu is het niet Petrus, maar Jacobus, die aan het onbepaalde en zwevende advies van Petrus eerst zijn nauwkeurige en scherp omschreven bepaling geeft, door schier letterlijk de redactie voor te beiderzijds
van wat men den broederen melden zou. ook hij besluit noch beslist. Evenals Petrus stelt hij slechts voor, en nu is het de gezamenlijke vergadering uit de drie elementen, van 1^. de Apostelen, 2". de Ouderlingen en 3. de Gemeente bestaande, die het ingediende voorstel bij stemming aanneemt en hiermee kracht van wet verleent. Uitdrukkelijk komt dienovereenkomstig aan het hoofd van hun
stellen
Intusschen,
,
mandement
te
staan:
De
Apostelen, en de Ouderlingen, en de broe-
wenschen den broederen uit de heidenen die in Antiochië en Syrië en Cilicië zijn, zaligheid!" Hier is alzoo de Sleutehnacht uitgeoefend. Er is bepaald wat tot de zaligheid dient, wat eisch is om zalig te worden, en dus, anders genomen, de zaligheid verhinderen zou. Hier is gebonden en ontbonden op aarde, om ook in den hemel gebonden en ontbonden te zijn. Hier is geen zonde te zijn verklaard wat door anderen de schuld en de zonde was aangerekend. Kortom, hier is 1". de openbaring van een beslissend gezag en 3. ondubbelzinnige aanwijzing van den vorm, waarin zich dit beslissend gezag heeft te toonen Edoch, van een deel ook maar des gezags, van een gezag dat recht tot beslissen zou hebben, bespeurt ge bij Petrus, bij den Eotsman, bij Simon bar Jona niets. Falen we in deze verklaring van Hand. 15, men wijze het ons ders
.
.
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's