Uit het Woord - pagina 197
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
193
XVT.
UITVERKIEZING EN VERANTWOORDELIJKHEID. Zoo is het dan niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods. Rom. 9 16. :
De bedenking
of 'smenschen zedelijke verantwoordelijkheid bij de der uitverkiezing belijdenis niet te loor gaat, is niet te mijden, maar doet ter zake niets. Plaatst men zich buiten Gods Woord, is het ons niet om Gods openbaring te doen, bedoelt ons onderzoek niet een kennis der groote levensfeiten, maar de afleiding van een stelsel uit
een grondgedachte, natuurlijk dan staat voor een tweezijdige dwaling de weg open. Men begint dan, of met een absoluut Godsbegrip en vernietigt den mensch, óf met den reëelen mensch en eindigt in ongodisterij. Determinisme en Positivisme zijn de beide vormen, waarin deze constructiën der gedachten zich thans vertoonen. Het Determinisme, dat voor eenige jaren aan de Leidsche hoogeschool in eere was en in den hoogleeraar Scholten zijn pleitbezorger vond, gelijkt sterk op de leer der uitverkiezing, al is het in grond en wezen volstrekt van de Openbaring der Schrift gescheiden. De poging ook door den hoogleeraar Scholten aangewend, om het Determinisme uit de Schrift en de kerkleer te verdedigen, was dan ook op zijn zachtst genomen zelfmisleiding. Immers men beriep zich op de Schrift niet als bron van kennis, maar als welkom getuige voor de vinding der eigen gedachte, en evenzoo op de kerkleer, niet als historisch document van het werk des Heiligen Geestes in de verloste zielen, maar als bijkomstig bewijs voor het goed recht, waarmee men als Docent der Ned. Hervormde kerk zijn eigen stelsel voordroeg. Dit Determinisme heeft zijn Achilleshiel daarin, dat het met een Godsbegrip, niet met den levenden God begint en oordeelt na het eind van zijn weg zich zelf door de machtigste factoren van. het zedelijk leven: het gebed, het berouw, het zelfverwijt, de zelf beschuldiging enz. voor vrucht van dolende inbeelding te verklaren. Het Positivisme, thans meer in zwang komend, slaat in het andere uiterste over, gaat niet van een begrip over God, maar over een begrip van het zedelijk leven uit, en eindigt met allen godsdienst te doen ondergaan in zelfaanbidding van den menschelijken geest, niet gelijk zich die in een enkel individu, maar in de ontwikkeling van. ons geslacht openbaart. De fout van dit stelsel is, dat het niet rekent, met het doen Gods gelijk Hij zelf dit in zijn Woord geopenbaard heeft, of wil men, dat 'smenschen innerlijk leven bespiedend, geen oog heeft voor dat eigenaardige leven der ziel dat zich in de wedergeboorte openbaart. Noch met het ééne noch met het andere stelsel heeft de belijdenis 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's