Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 98

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 98

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

2 minuten leestijd

94 Erkent en

belijdt

ge,

dat

een iegelijk zondigt die tegen zijn woord

doet?

dan niet langer een Christen. Belijd dan weg, de Avaarheid en het leven" is. Houd „de niet langer, dat Hij gezag, en neem niet langer den Goddelijk zijn van dan op te spreken onderwerpt. Woord Gods aan schijn aan, alsof ge u de kleinste zoowel als gemeente, de om u in En zoo ja, zie dan ligt en de bitonverzoend verschil elk niet vraag of de grootste, en Zoo

niet,

noem u

zei ven

terste verwijdering teugelloos heerscht?

En kelijk

zegen

voorts erken, dat dit zonde

bevel niet is opgevolgd, moet uitblijven, zoolang

is,

en

men

dat Jezus' duidelijk en nadrukdat het niet anders kan, of de tot de „ordinantie Christi" niet

terugkeert.

Hoe

dit te doen? „Zeg het der Gemeente" is de sluitsteen van Jezus' Kerkorde. Zoo blijft dan de vraag: Waarheen moet ik mij wenden, om de Gemeente te vinden en het der Gemeente aan te zeggen?

II.

DE GEORDENDE MACHT. Is er dan alzoo onder u geen die wijs is, ook niet een die zoude kunnen oordeelen

tusschen zijn broeders? 1

De Gemeente van loovigen

zijn.

iSiet

Cor.

VI

:

5.

Christus op aarde moet een gemeente van gein Donatistischen zin een gemeente van louter deel aan het kindschap Gods men instaat. Déze

voor wier dwalino- vindt g-een steun in de Schrift en is door onze Gereformeerde kerk altijd bestreden. Bestreden uit tweeërlei oorzaak. Vooreerst wijl het oordeel over den innerlijken genadestaat alleen den Kenner der harten, niet den mensch toekomt. Steeds getuigden daarom onze vaderen, dat het schuilen van hypocrieten onder de

heiligen,

leden der gemeente niet te keeren is. Maar ook ten andere, wijl zij die toegebracht zullen worden, maar het nog niet zijn, en evenzoo de reeds wedergeborenen, maar bij wie het nieuwe leven nog niet tot doorbreking kwam, niet buiten het genadeverbond en dus ook niet buiten de gemeente mogen gesloten

worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 98

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's