Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 164

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 164

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

160 zaligheid,

niet

van

ernst

getuigt,

maar

van

innerlijke Tijandschap

in het hart.

Toch versta men ons niet verkeerd. Door den nadruk te leggen op het verschil van levenslot in deze aardsche bedecling, wilden we het allerminst doen voorkomen, als de eeuwige uitverkiezing ter zaligheid hiermee geheel saam. Bit mag nooit beweerd. Daartoe is het verschil tusschen beiden

viel

te

groot.

Verkiezing tot een bepaald levenslot voor zeventig of tachtig jaren is iets geheel anders dan verkiezing voor aller eeuwen eeuwigheid. Verkiezing van aanleg, talenten en lotsbedeeling mag niet gelijk gesteld met de verkiezing van de persoonlijkheid ten leven. Verkiezing tot genieting \an het goede dat deze aarde in hoogeren en lageren zin biedt, is voor geen vergelijking zelfs vatbaar met het smaken der hoogheilige heerlijkheid. Men zij dus overtuigd dat dit sterk sprekend verschil door ons allerminst uit het oog wordt verloren. We zijn integendeel overtuigd dat voor de eeuwige uitverkiezing nog niets zou zijn opgeklaard, al gelukte het de diepere oorzaak te doorgronden die aan het onderscheiden levenslot op aarde ten grond ligt. Slechts in zoover wezen we op de ongelijkheid der lotsbedeeling hier beneden, als de Schrift zelve, zoo van de lippen der Profeten als van Jezus en zijne Apostelen, zoo telkens op den samenhang tusschen natuurlijk en geestelijk leven wijst. Ze zijn niet één, maar staan toch tot elkaar in betrekking. De verschijnselen van het natuurlijk leven moeten dienst doen om ons de geheimen des geestelijken levens wel niet te verklaren, maar toch nader te brengen. En zoo ooit dan is het op het stuk der eeuwige verkiezing, dat deze blik op het gewone leven de moeite loont. Naar een oorzaak zoeken we bij alles. Dit te doen is plicht, want de Schepper zelf schiep er ons den drang toe in. Ook bij de uitverkiezing, zoo voor dit als voor het eeuwig leven, hebben we dus te erkennen dat er een oorzaak bestaat, een oorzaak die haar geheel verklaart en de oplossing geeft voor elk harer ongelijkheden.

Een andere vraag echter is, of die oorzaak zelve door ons kan worden blootgelegd, ontleed en in haar deelen doorzien. We weten dat elk leven, het leven van plant en dier, een oorzaak heeft; niemand twijfelt er aan; toch is op de vraag: Kent gij die oorzaak ? ontkennend te antwoorden. Dit nu geldt ook van de uitverkiezing. Te ontkennen dat ze een voldingende, algenoegzame oorzaak heeft, die maakt dat elk harer verschijnselen zijn moet wat het is en niet anders dan het is kan zijn, vernietigt rede en godsdienst beiden. Maar te beweren dat die oorzaak onder het bereik onzer waarneming zou vallen, ware een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's