Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 236

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 236

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

232

^

oog vestigen, waarvoor deze aarde gebouwd en bereid is. Die menscbdoordien eerst eenige afzonderlijke menschen is niet gevormd gemaakt werden, die daarna tot één geheel onder den naam van menschheid worden saamgevoegd. Neen, die menschen vormen één geslacht, ze zijn de één uit den ander geboren, en vormen met de natuur te zaam één eikenstam waarvan de bladeren en bloesems uit het ééne levenssap geboren worden, dat uit den gemeenschappelijken heid

levenswortel opstijgt. Hoe dus ook het leven ons deele en uiteenwerpe door een afstand van millioenen mijlen of duizenden van jaren, toch vormen we met alle kinderen der menschen die voor ons geweest zijn, of nu heinde en ver verstrooid op aarde leven, of na ons komen zullen, één geheel, het geheel van het ééne menschelijke geslacht. Aan dit gansche geslacht is een gemeenschappelijk goed toevertrouwd, ze hebben allen

saam één natuur gemeen, gemeen datgeen wat den mensch tot mensch maakt, maar ook gemeea die schatten van vermogens en talenten, van zedelijke en geestelijke krachten, van kunst en wetenschap, van zedelijke meerderheid en vindingrijkheid, van liefde en toewijding, van adel der ziel en hope op een heerlijke toekomst, die het eigendom der menschheid bleven, ook in die eeuwen, toen geen van de kinderen der menschen deze schatten meer kende of ongedeerd bezat. Voeg daarbij de ordeningen en geledingen die voor de menschheid door

God

gesteld

schatten

tot

en

verordend

zijn,

als

de

instrumenten, waardoor die gevoelt aanstonds

hun ontplooiing moeten komen, en ge

dat er een gemeengoed der menschheid is, het echt menschelijke, dat de liefde van ons hart heeft, ook al verlieten Ave onze geboorteplek nooit en al is onze kennis van de historie nog zoo beperkt. Welnu, dat merischelijkc heeft de Zone Gods gezocht, en om het te vinden is Hij ingegaan in onze natuur, die natuur nemende gelijk ze in samenhang met het leven der menschheid en met het leven der wereld bestond. Om één enkel blad blijvend voor verwelking of verdorring te behoeden, moet de stengel waarin het blad groeide, gered, en om dien stengel de tak, waaraan hij uitschoot, en om dien tak de stam, waarin hij gegroeid is en om den stam de wortel, waarop hij wies, gered en behouden worden. Wie den wortel niet behoudt kan niet een enkel blad bij het leven behouden. En niet anders is het bij den Christus. Om al ware het slechts één enkelen mensch te redden, moet het geslacht behouden waartoe die mensch behoort, de natuur gered die hem eigen is, en de wereld gehandhaafd, waarin zijn levenswortel ligt. Daarom heeft de Christus dan ook onze natuur aangenomen den mensch als mensch liefgehad door Zoon van den mensch te worden en zijn leven gegeven voor het leven der wereld. Eerst daardoor was de wereld gered waarop we leven en het karakter van de wezenssoort, waartoe we behooren. Eerst daardoor was het mogelijk dat er behoudenis van zondaren, redding van menschen zijn zou.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 236

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's