Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 174

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

2 minuten leestijd

170

men

daarentegen, gelijk alle godsdienst van eigen maaksel gouden draad stuk, waardoor geloof en zedelijkheid in het Evangelie verbonden ligt, dan is de zedelijke kracht der liefde slechts tot den onzedelijken prijs van zelfverheffing en hoogmoedigen zin veil. Zelf zijn vijand minnend kan men met het volle hart geen God meer aanbidden, die tot die hoogste uiting der liefde nooit kwam. In zichzelf een ideaal van liefde vindend, dat in God nooit verwerkelijkt is, heeft men ongemerkt het voorwerp zijner aanbidding van den troon der majesteit in de hemelen naar den troon der liefde in het eigen hart verplaatst. Want dat is nu eenmaal naar den aard van allen godsdienst volstrekt onmogelijk. Men kan niet als zijn God een wezen aanbidden, waarin niet het hoogste en uitnemendste in onovertrefbare mate voor ons eigen bewustzijn ligt saamgevat. Om te kunnen zeggen, d. i. met bewustheid en waarheid in het hart te kunnen belijden: God is liefde, moet vooraf beleden, dat wij van nature vijanden Gods waren.

Breekt

doet, dien

-

En wederom „7A-

ivas

de Schrift

de

verbinding

dier

twee:

„God

heeft mij lief' en

Gode een vijand'", welke andere oplossing duldt ze dan die u aangeeft in de Verkiezing van een genade die vrij machtig is.

XT.

VERKIEZING VAN DEN KONING. Maar gij zijt gekomen tot de algemeene vergadering en de gemeente der eerstgeboren, die in de hemelen opgeschreven zijn. Hebr. 12 22, 23. :

De door

van

uitverkiezing,

de

die,

verschijnselen

in

het

natuurlijk

leven

afgeschaduwd en

des geestelijken geeïscht, steeds door de kerk

Christus in haar groote karakters beleden is, rust voor zooveel haar beschrijving betreft, op de openbaring der Heilige Schrift. De gegevens dier openbaring dient men derhalve te kennen. Hiertoe nu is noodig, dat men de uitverkiezing niet allereerst opvatte als een raad ter zaligheid voor enkele personen, uit wier saamvoeging dan voorts de Gemeente zou ontstaan; maar integendeel als de uitverkiezing van den Christus, in Hem van de Gemeente, en eerst in die Gemeente van de eenlingen die haar levende leden zijn. Zoo wil het Calvijn als hij zegt: „Men is niet gereed, zoolang men nog aan een bijeenvoeging der geloovigen, en dies zich de uitverkorenen als een lossen hoop denkt, maar dan eerst als men de eenheid der Kerk vooropstelt, in welker bodem het zaad is gestrooid, waaruit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's