Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit het Woord - pagina 88

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Woord - pagina 88

Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.

3 minuten leestijd

84

t

Zonder dit stelsel volledig te bespreken, dienen we toch zooveel ter beoordeeling van deze tegenwerping te zeggen, als het onderwerp, thans door ons behandeld, eischt. Op Paulus komen we niet terug. Van hem sprak ons vorig artikel, en de bewijsgrond aan Paulus' roeping voor het nog steeds voortgaande Apostolaat ontleend, bleek ons bij nader onderzoek allerminst afdoende.

Doch niet alleen op Paulus, ook op Barnabas, ook op Sosthenes, Epaphroditus, Silvanus, Timotheüs, en op wien niet al beroept men zich, teti bewijze dat het Apostelschap .allerminst aan de Twaalve was gebonden. Of leest men niet in Hand. 14: 14: „Maar de Apostelen Barnabas en Paulus dat hoorende scheurden hun kleederen?" Is niet de eerste Corinther brief, blijkens hoofdst. 1 1, door Paulus en Sosthenes geschreven: en staat het niet in dien brief geschreven: „Want ik acht, dat God ons, die de laatste Apostelen zijn^ ten toon gesteld heeft als tot den dood verwezen?" Wordt niet in Kom. 16 7 van Andronicus en Junias gesproken, als die vermaard zijn onder de Apostelen? Heet niet Epaphroditus in Pil. 1 25 „een Apostel deiGemeente?" Lijdt het twijfel dat de eerste brief aan de gemeente van Thessalonica uitging van Paulus, Silvanus en Timotheüs, en lezen we toch niet in dit schrijven, hoofdst. 2:6: „Hoewel wij u tot last konden zijn als Apostelen van Christus?" Dit alles is ons bekend, en toch aarzelen we geen oogenblik om de uitlegkiinde te wraken, die in deze getuigenissen bewijs meent te vinden voor de meening dat de Apostolische waardigheid zich ook tot deze mannen of enkelen uit hen zou hebben uitgestrekt. We durven zelfs beweren, dat, spraken we nog de taal, waarin de Zendbrieven geschreven zijn, het stelsel van een voortdurend Apostolaat nooit met beroep op deze plaatsen zou verdedigd zijn. Wat toch is er van het beroep op deze uitspraken aan? „Apostel" wordt in het Grieksch weergegeven door een woord dat letterlijk uitgesproken ajjostolos luidt en kortweg gezant beteekent. Alle denkbeeld van geestelijkheid en waardigheid valt hierbij zelfs zoozeer weg, dat de Atheners hun galeienvloot, die met verzegelde orders uitging, insgelijks den apostel noemden. Apostel is in het gewone Grieksch de naam van al wat gezonden wordt, hetzij persoon of zaak, :

:

:

en het Nieuwe Testament bewijst te over, dat het dit gangbaar woord in den gewonen zin kent. Yergelijking met Mattheüs toont dat de woorden „Waarom ook de wijsheid Gods zegt: Ik zal profeten en Apostelen tot hen zenden en :

van die zullen

sommigen dooden,"

enz., niet op het apostolaat in 23 staat: „Hetzij onze broeders, zij zijn afgezanten der gemeenten en eene eere van Christus," dan wordt door Paulus hétzelfde woord apostolos gebezigd, waar de samenzij

strikten zin slaat. Als in 2 Cor.

8

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's

Uit het Woord - pagina 88

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896

Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's