Uit het Woord - pagina 189
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
185 dat geestelijke zich beweegt. Op onszelven toegepast, doorziet elk, dat zorg voor ons lichaam, wat we eten en waarmee we ons kleeden zullen, betrekking heeft op de Voorzienigheid, en daarentegen onze roeping, onze rechtvaardigmaking en aanneming tot het kindschap
de
van Gods Eaad. Toch betreedt men den verkeerden weg, zoo men deze onderscheiding
uitvloeisel is
ten
einde toe vol zoekt te houden. Gelijk lichaam en ziel, zoo staan ook Yoorzienigheid en Eaad Gods met elkaar in het innigst verband. Het zichtbare heeft invloed op het onzichtbare, en omgekeerd wordt het geestelijke in ons tot een macht over het vleesch." De Gereformeerde Kerk heeft diensvolgens de Voorzienigheid Gods in onafscheidelijk verband met de zaligheid gebracht, door slechts één voorwerp van Gods bijzonderste A^oorzienigheid te onderscheiden: de algemeene, die heel het samenstel der geschapen dingen in stand houdt, en een bijzondere, die de veeren van dit ontzagwekkend raderwerk ter wille van zijn uitverkorenen in een richting drijft, die hun ten goede en tot hun zaligheid meewerkt. Dit is van beslissenden invloed op het middel, waardoor een ziel uit den dood overgezet wordt in het leven. Met alsof de daad zelve der wedergeboorte als een langzaam proces ware op te vatten, waardoor van lieverlee het leven allengs ontstond, waar eerst de dood heerschte. Immers de tegenstelling tusschen Leven en Dood is volstrekt. Ook de eerste kiem van leven is leven. Een tusschenbegrip tusschen dood en leven is er niet. Ook al ontvonkte de levensgloed in ons nog slechts een eerste sprank, dan dragen we toch in ons dat eeuwig licht dat geen macht van hel of sathan meer kan uitblusschen. En evenzoo, ontbreekt ons die eerste ont vonking nog, wat schijnbaar uitnemends er dan ook in ons gevonden worde, dan heerscht in ons nog de dood. Een overgang van dood naar leven is er zoomin als yan^ het nog niet geschapene naar de schepping. Ook de herschepping is in haar diepste kern ééne eeuwige en toch in een enkel moment volbrachte daad Gods, die niet uit wat in den mensch was, noch uit zijn omgeving, noch uit de voorbereidende genade verklaard mag noch kan worden, maar haar eenige verklaring vindt in de bovennatuurlijke werking van de almacht der Genade op ons hart. Die hier iets op afdingt komt de eere van zijn Schepper te na. Dit denkbeeld, zij het dan ook in strakke eenzijdigheid, met kracht in het Christelijk bewustzijn levendig te houden, is, in onzen gedeelden en beklaaglijken toestand, de eere en de kracht van het Methodisme.
Toch
de Schrift het bij deze afgebrokene, zielkundig onvolledige de wedergeboorte niet. Ze geeft meer. Ze openbaart „het geloof uit het gehoor is en het gehoor uit de prediking Woord Gods" of, in anderen vorm, „dat we wedergeboren levend en onvergankelijk zaad door het levende en eeuwig Woord Gods", hetwelk de Heidelbergsche Catechismus kern-
laat
verklaring ons, dat
van
het
zijn
uit
blijvende
van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's