Uit het Woord - pagina 76
Stichtelijke bijbelstudiën. Tweede bundel.
73
want Paulus weerspreekt te
opmerkelijker,
dat
het,
hém
met een hardnekkigheid, in een Apostel gezag toekwam, niet van menschen,
zijn
maar onmiddellijk van Christus. Voegt men hierbij wat te Antiochië, volgens Galaten 2 tiisschen Petrus en Paulus voorviel, dan dunkt ons de gegeven voorstelling, voorzooveel het terrein der Heilige Schrift aangaat, onweerlegbaar. Men kent het verhaal. Paulus is in de Gemeente van Antiochië werkzaam. Petrus komt hem in zijn arbeidsveld bezoeken en beiden zijn het eens over de naleving van het besluit der Jeruzalemsche Synode: De ceremoniëele wet mag op Christelijk terrein geen scheiding maken tusschen Christenen uit de heidenen en Christenen uit de Joden. Paulus was daarom gewoon met de Christenen uit de heidenen aan een tafel te eten, en Petrus, te Antiochië gekomen, doet eveneens. Maar wat gebeurt? Terwijl Petrus te Antiochië vertoeft, komen er eenige mannen uit Jeruzalem aan, die zich aan Jacobus hielden, en het eten met heiden-Christenen aan eenzelfde nu scheidt Petrus zich, tafel nog niet goed durfden keuren. En zie, ter wille van dezen af, neemt den schijn aan, alsof ook hij het eten met hen aan een tafel voor ongeoorloofd hield, en weerspreekt zoodoende het beginsel door hem zelf eerst in zijn gedragslijn beleden. Dat was „veinzen" (vs. 13). Dat was „niet recht wandelen naar
waarheid" (vs. 14). Dat was „menschenvrees" (vs. 12). Dat deed niet Paulus, maar Petrus, en daarom „weerstond Paulus hem in het aangezicht, omdat hij te bestraften was" en bestrafte hem „in aller tegenwoordigheid." Nu stemmen we volkomen toe, dat, naar den aard der menschelijke natuur, het primaat om voor Christus te getuigen, met het jammerlijk primaat der zonde gepaard moest gaan, en hij gebrek aan kennis van het menschelijk hart verraadt, die zich verwondert, dat de man die van Christus wege tot ziJD eersten getuige en de eerste onder zijn getuigen, verkozen is, het scherpst als „Sathan!" moet worden teruggezet, tot met eedz wering en vervloeking zijn Heere en Koning verloochent, en zoo ook hier, te Antiochië, dieper valt, dan, naar we weten, een der discipelen viel. We zien niet in, wat hieruit anders blijkt, dan dat de Schrift ons het leven teekent naar het zich vertoonde, en dat het Christendom zijn orgaan koos uit menschen van gelijke beweging als wij. Evenmin blijkt ons, hoe de vertrouwbaarheid der Heilige Schrift zou moeten lijden, al was het slechts voor zooveel Petrus' brieven aangaat, onder den druk van feilen, die met het schrijven van Apostolische brieven niets van doen hebben. Maar dit beweren we toch, dat de geestelijke meerderheid in Jezus' Koninkrijk, te Antiochië, bij Paulus, niet bij Petrus was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1896
Abraham Kuyper Collection | 256 Pagina's